Vanmiddag zat ik in een Volkswagen Transporter op een parkeerplaats nabij een geheel willekeurig gekozen Shell tankstation te genieten van een vers kopje koffie. Zelf gezet. Het voelde als kamperen. Ik. Kamperen. Fascinerend hoe een mens kan veranderen.
Reeds een aantal minuten na aankomst zag ik hem zitten. Hij zat in het gras. Zijn donkere, diep bruine, chocoladekleurige kop diep in zijn veren gestoken, enigszins argwanend loerend in mijn richting. De witte ringen rondom zijn ogen staken in de late middagzon haast lumineus af tegen het donkerbruin. De zilveren veren in zijn nek werden zachtjes en ritmisch omhoog geblazen door de wind. Minutenlang keek hij mij aan, zittend in het gras langs het ietwat triest aandoende parkeerterrein.
Wat dacht hij? Denkt een meeuw überhaupt wel? En wat ziet zo’n vogel nu eigenlijk? Ik vroeg het mij vanachter de voorruit van boven mijn dampende kop koffie stuk voor stuk allemaal af. Ook dat doe ik vaak. Ik vraag mij veel dingen af. Dingen die mij lijken te fascineren.
Ik besloot mijn brood te delen met deze eenzame vogel. In de hoop dat hij net zo gek op pindakaas zou zijn als dat ik dat ben, haalde ik de mij nog resterende boterham tevoorschijn. Toen ik naast de Transporter stond, hadden de twee sneeën Veluws volkoren met Calvé Pindakaas vrijwel direct zijn aandacht. Ik schatte grofweg in hoe groot een stuk brood moest zijn dat de meeuw nog kon verwerken zonder er in te stikken, en scheurde een eerste stukje af. Ik wierp het nonchalant en met een sierlijke boog in de richting van de meeuw, die inmiddels was opgestaan. Nog voor het stukje brood, inclusief de Pindakaas, het gras raakte, verschenen er klaarblijkelijk uit het niets een stuk of twintig andere meeuwen. Met veel kabaal en al evenveel gefladder, dook de meute op het stuk brood dat inmiddels het gras had bereikt. Het brood was weg.
Ook de rest van de boterham strooide ik in de richting van de opgehitste zwerm meeuwen en het verdween al net zo snel als het eerste stukje brood.

En de eenzame meeuw? Die bleef uiteindelijk weer over. Maar niet alleen. De meeuw had gezelschap gekregen. De meeuw, inclusief zijn gezelschap, verplaatste zich vliegend naar de andere kant van mij, opnieuw op een strook gras.

En toen zag ik het gebeuren. De meeuwen begonnen, haast synchroon, te bewegen met hun poten, in het gras. Ze leken te dansen. Ik keek naar het schouwspel. Eerst verbaasd, daarna lachend. Het was nogal een aandoenlijk gezicht. De twee driftig trappelende meeuwen gingen onverstoorbaar door. In mijn hoofd hoorde ik langzaam verschillende soorten muziek spelen. Allereerst de Macarena. Ik weet niet waarom. Daarna geheel willekeurig iets van Rammstein gevolgd door de Harlem Shake. De meeuwen leek het niets te doen. Logisch, ik was de enige die de muziek kon horen. Het was immers mijn hoofd. Op de radio hoorde ik echter Elvis. Hoorbaar voor eventuele omstanders. En voor de meeuwen.

Natuurlijk wist ik dat ze waarschijnlijk gewoon op zoek waren naar wormen tussen het gras. Maar ik wilde er daar, op die parkeerplaats vanuit de Volkswagen, gewoon niet aan denken. De meeuwen dansten in de wind, onverstoorbaar en driftig door. Al bleef het een vreemd gezicht.
Maar ach, misschien houden meeuwen gewoon van Elvis. Wie doet dat immers niet?

De Nederlander. U weet wel, uw landgenoten. De mensen met wie u in de file staat op de A1. Of voor de kassa bij de Albert Heijn. Uw buren. Uw collega’s. Wij zijn (meestal) De Nederlander.
Volgens onze aanstaande Vorstin bestaat die niet. Een aantal jaren geleden alweer beweerde zij dit volmondig. Hoe zeer ik ook begaan ben met ons Koningshuis en onze toekomstige Koningin, op dit punt moet ik haar toch echt ongelijk geven.
Natuurlijk, Nederland bestaat uit een samensmelting van culturen. Al vele honderden jaren komt men vanuit elke uithoek van de wereld naar ons Nederland om dit Nederland naar een hoger plan te tillen. Al zijn wij daar, als zo’n beetje het enige volk op onze vrolijke ronde aardkloot, allesbehalve trots op. Waarom is mij een raadsel.

Maar goed. De Nederlander.

Ik vind het een fascinerend fenomeen, deze “Nederlander”. Zo fascinerend zelfs dat ik besloten heb mijn fascinatie om te zetten in tekst.
De Nederlander bestaat in mijn ogen namelijk wel degelijk. Het enige dat ons doet verschillen van elkaar is onze omgeving. Want zelfs in onze postzegelgrote natie, zit er een enorm verschil in mentaliteit, hartelijkheid, gedrag, normen, waarden, spraak, opvattingen en veel meer zaken, dan dat je in eerste instantie zou denken. Hoe ik daar zo zeker van ben? Vrij simpel; ervaring en observatie.

Sinds een jaar of zes reis ik vrijwel wekelijks door heel Nederland. En dan bedoel ik écht ons gehele Vaderland. Van het Zuidelijkste puntje Limburg, tot het Noordelijkste stukje Ameland en van het Oostelijke, maar altijd idyllische De Lutte tot in het winderige Terneuzen. Ik kom overal.
Soms kom ik in dorpen waar slechts drie huizen staan en waarvan ik de naam niet eens kan uitspreken. Soms sta ik midden tussen de vliegtuigen op Schiphol. Een andere keer midden in een oorverdovende stilte van een bos. Daarom hou ik van Nederland. In eigenlijk al zijn facetten. En zelfs over het Nederland waar ik een pesthekel aan heb, bijvoorbeeld de Noordoostpolder (en eigenlijk eerlijk gezegd alles waar de term “polder” op van toepassing is), kan ik nog wel iets zinnigs zeggen. Dat ga ik vanaf nu ook doen.

Nederland door de ogen van dit immer nieuwsgierig persoon. Helder, duidelijk, met humor, maar altijd ongezouten en nimmer bang.

———

Deel 1; De Nederlander haat De Duitser

Hoeveel Nederlanders ook van elkaar verschillen, op sommige punten zijn we het klaarblijkelijk altijd met elkaar eens. Als het Nederlands elftal moet spelen zijn WE één. Dat gaat gewoon vanzelf.
Al is een dergelijke vorm van saamhorigheid zeldzaam, op een heel ander vlak lijkt er nog zo’n collectief gevoel van “de Nederlander” te schuilen.
Met zijn allen hebben we het “Duitser afzeiken” klaarblijkelijk tot net zo’n nationaal instituut verheven als bijvoorbeeld Koninginnedag. Want “De Duitser” is slecht. De Duitser is ons nationale zwart-rood-gele pispaaltje waar De Nederlander zijn rits maar al te graag en ten alle tijden voor naar beneden ritst.
Waarom? Omdat De Duitser graag kuilen graaft op onze stranden. De Duitser heeft een grote mond waar ook nog eens een enorm volume uitkomt. De Duitser heeft een veel te grote auto van louter Duitse makelij. De Duitser praat alleen maar Duits en verwacht van heel de Wereld niets minder. De Duitser eet alleen maar vette worst die hij of zij wegspoelt met veel (Duits) bier. De Duitser heeft vast nog wel een fiets in zijn of haar schuur staan die van de Opa van de buurman schuin tegenover is geweest, want dat was een onderduikjood. Een echte, zo verteld men, niet zo’n semi-avonturier die een half uur op zolder heeft gezeten op een warme dag in juni 1943 toen er geheel toevallig een Duitser op de fiets (waarschijnlijk die van de Opa van de buurman) passeerde. Zo’n verhaal dat door de hele familie nog steeds als glijmiddel voor het Duitser pesten gebruikt wordt.

U keest het bovenstaande en denkt er het uwe van. Dat mag.
Vrij kansloos is het eerste dat mij te binnen schiet. Nogal sneu is het tweede. En ik snap het niet zou een goede derde kunnen zijn.

Want waarom? Wat is er leuk aan een puisterige 14-jarige die stoer aan een Duitser vraagt waar het fahrrad van z’n Opa is? En waarom is het klaarblijkelijk leuk om hem vervolgens de pus uit zijn met Clearasil dichtgeplamuurde bek te zien lachen, aangemoedigd door de rest van de familie? Vader pinkt een traantje weg, want zoonlief is zojuist een échte Nederlander geworden. En die hebben een hekel aan Duitsers.

Ik hou veel van onze Oosterburen. En ik snap niets van deze massale hetze. Maar ik merk wel dat het blijkbaar erg diep zit bij De Nederlander. Het lijkt erbij te horen. Duitsers. Die moeten we niet.
Een fascinerend stukje collectiviteit waar ik mij als De Nederlander eigenlijk voor schaam. Want ook dit is De Nederlander. Al snap ik niet waarom.

20130313-231452.jpg

Blij

Posted: 6 maart 2013 in Uncategorized
Tags:, , , ,

Op de vensterbank in mijn keuken staat een doosje. Het is een vrij onschuldig groen, kartonnen doosje van bescheiden afmetingen. Om iets specifieker te zijn, is het een eierdoos. In de eierdoos zitten zes eieren. “Vrije uitloop; Buitenei” zo lees ik in letters wisselend van grote op de bovenzijde. Op deze bovenzijde staat tevens een plaatje van een kip. De kip lacht. Achter de kip dansen twee kuikens. Tenminste, dat denk ik. Het zijn gele bolletjes met oogjes. Het zouden natuurlijk ook Rösti-rondjes kunnen zijn, maar voor zover ik weet lopen die niet achter een lachende kip aan.
Boven de kip en de kuikens/Rösti-rondjes, vliegt een bij. Dat is landelijk denk ik.

Maar nee, het houdt hier nog niet op. In tegendeel; het meest bijzondere moet nog komen. In een hoek op de bovenkant, net voor de lachende kip, staat een tekst in de vorm van iets dat een soort van stempel voor moet stellen. En juist deze tekst fascineert mij. “Blije Kip Garantie” staat er koddig leesbaar gedrukt.

Voor degene die mij wat beter kennen, zal het geen verassing zijn, maar ik vroeg mij bij het lezen van “Blije Kip Garantie” gelijk van alles af. En terecht lijkt mij.
Want ik bedoel, wát is precies een blije kip? Is er een soort standaard voor? Dat je als kippenboer zegt ‘He! En dat is nu de tweede keer dat ik je chagrijnig zie kijken! Drie keer en het is klaar he?’
En wat nou als er onverhoopt tóch een ietwat depressieve kip tussen de rest van de blije kippen rondwandelt? Word die geruimd? Of krijgt hij een receptje voor kippen-prozac?
Blij. Ook zoiets. Kunnen kippen überhaupt wel blij zijn vraag ik me dan ook af. Wanneer zou een kip nou blij zijn? Met wat granen misschien. Of wat water. Wat frisse lucht wellicht. Of toch een nieuwe aflevering van GTST. Je weet het nooit. De ene kip is immers de andere niet.

Maar ok. Stel, stél dat je kunt bepalen dat een kip tijdens zijn korte, prè kipfilet leven inderdaad blij is geweest. Laten we eens gek doen en daar vanuit gaan. Wat heb ik dan aan een “Blije Kip Garantie” op een ei? Voel ik me dan beter als ik soppend met een broodkorst het halfzachte eigeel uit het ei lepel? Dat denk ik niet.

“Blije Kip Garantie”. Ik ben er nog niet over uit. Al smaakt het ei overigens prima. En daar ben ik dan weer blij van geworden. Gegarandeerd.

20130306-001110.jpg

Meesterwerk

Posted: 16 februari 2013 in Muziek, Wow
Tags:, , , , ,

Soms brengt een andere kijkhoek je tot vernieuwende inzichten. Daardoor kan een vertrouwd iets een verfrissend, nieuw perspectief krijgen. Zo ook muziek.

Er zijn uiteraard talloze voorbeelden te vinden van covers die een nummer met een totaal andere insteek tot nieuwe hoogte doet stijgen.
Maar soms kan het allemaal zo simpel zijn. Is het juist die andere benadering die het originele nummer op een relatief eenvoudige manier versterkt. En dit is er één.

Ik droom dit nummer. Ken het van voor tot achter. Elke noot. Elk instrument. Elke zangpartij. Alles. Het zit er heel diep in. En toch kwam het onderstaande filmpje als een totale verassing. Een verassing die mij tot een zéér verhelderend inzicht bracht.

Het filmpje toont namelijk aan dat Bohemian Rhapsody vér bovengemiddeld briljant is in al zijn eenzaamheid.
Het nummer dat ik, en velen met mij, kunnen dromen, vormt zich onder de vleugels van dit prachtige orkest om tot een bijna epische openbaring. Muzikaal is er denk ik geen enkel nummer uit de moderne muziekgeschiedenis dat zó goed in elkaar steekt als Bohemian Rhapsody. En dat besef ik pas na het zien van dit orkest. Alles klopt.

Bohemian Rhapsody. Het kan zich muzikaal qua genialiteit met gemak meten naast topstukken van mensen als Beethoven, Brahms, Mozart, Chopin, Bach, Wagner en Strauss. En dat is een hele prestatie.

Queen, waarvan ik al jaren zoveel hou, ontvangt van mij bij deze een nog diepere buiging. Episch.

DSOTD: Delerium

Posted: 8 februari 2013 in DanSoundtrackOTDay, Muziek
Tags:, , ,

Delerium. Toen ik de naam hoorde moest ik eerlijk gezegd even nadenken. Waar kende ik die naam ook al weer van?
Opeens wist ik het. Delerium spande in 1999(!) samen met Sarah McLachlan voor het inmiddels onsterfelijke gebleken “Silence”. Dat nummer is en blijft geweldig. Zelf schrok ik nogal van het feit dat het nummer al 14 jaar oud is. Ik voel me oud.

Hoe dan ook, Delerium bestaat dus blijkbaar nog. Ik hoorde dit nieuwe nummer en vond het eigenlijk gelijk raak. Een monsterhit als “Silence” zit er vrijwel zeker niet meer in, maar laten we hopen dat dit een bescheiden hit gaat worden. Ik geniet.

DSOTD: Tom Odell

Posted: 1 februari 2013 in DanSoundtrackOTDay, Muziek
Tags:, , , , , ,

Tom Odell.

Sinds hij zich afgelopen december met het weergaloze nummer “Another Love” vol mijn muzikale leven inblies, ben ik fan. Nou ja, fan vind ik altijd een beetje een eng woord, maar goed, hij is waanzinnig, dat bedoel ik te zeggen.
Ik denk zelf dat meneer Odell megalomaan groot gaat worden. En ik hoop het. Wat zou het geweldig zijn.

Tot mij grote genoegen heeft hij gisteren zijn nieuwe single uitgebracht. Totaal anders dan de rustige dramatiek van “Another Love”, maar zeker niet minder goed. Wat een energie!!

Tom Odell. Geef ons snel een album. En ga nooit meer weg. Dank u.

Kijken

Posted: 28 januari 2013 in Blog, Schrijfsels
Tags:, , , , ,

In een flits zie ik als ik met een rol vuilniszakken omhoog kom vanachter het keukenkastje in mijn ooghoek iets bewegen. Met een korte ruk kijk ik door het keukenraam naar het balkon in de richting van de plek waar ik zojuist iets zag flitsen. Ik hou in een reflex mijn adem in. Langzaam recht ik mijn rug en dan zie ik je zitten. Verstijfd, alsof je een pause-knop hebt waarop zojuist een willekeurig gebruiker drukte, blijf je zitten. Voor een fractie van een seconde lijkt alles in slow motion te bewegen. Wat er gaat gebeuren is voor heel even onduidelijk. Ik ontspan m’n schouders en haal weer adem.

Zwijgzaam kijken we verder. Jij en ik. Naar elkaar.

Geen van beiden wijkt. Ik ben geboeid, jij waarschijnlijk angstig. Je kleine zwarte oogjes in je zenuwachtig van links naar rechts bewegende kop verraden dat. Krampachtig klamp je jezelf vast aan het felgroene netje dat strak om het vetbolletje gespannen staat. Ik klem de rol vuilniszakken in mijn rechterhand nog wat steviger vast. Zo zacht als ik maar kan adem ik door, voorzichtig en bang dat het zelfs door de ruit heen een schok bij je teweeg brengt. Je blijft zitten maar bent nog steeds even alert. Elke vezel in je kleine lijf staat op scherp. Elke vezel in mijn grote lijf doet hetzelfde. Ik voel de spanning bijna fysiek door het keukenraam naar binnen sluipen.

Zwijgzaam kijken we verder. Jij en ik. Naar elkaar.

Zachtjes wiegt de wind het kleine vetbolletje waarop je zit heen en weer. Als een lege fles op open zee wieg je behoedzaam mee. De wind blaast de veren in je nek omhoog die zich vormen tot een zijdezachte waaier. Je zwarte ogen kijken onafgebroken door het keukenraam in mijn blauwe. Ook kleine ogen, zwart en uitdrukkingsloos, kunnen je raken begrijp ik nu. Zwarte ogen in een zwart-witte kop.

Zwijgzaam kijken we verder. Jij en ik. Naar elkaar.

Ik knipper met m’n ogen. Je kop beweegt opnieuw van links naar rechts. Nog één keer kijken we elkaar aan. Je kijkt naar links. Je kijkt naar de lichtgrijze, grauwe lucht. Je kijkt naar de vrijheid die boven de boomtoppen lonkt. En dan ben je weg.
Ik kijk naar het vetbolletje. Ik kijk naar waar je net nog zat. Zachtjes schommelend zie ik het vetbolletje nog bewegen. Het is leeg.

Zwijgzaam kijk ik verder. Ik. Naar niks.

20130128-174932.jpg

Rare benen

Posted: 28 januari 2013 in Schrijfsels
Tags:, , ,

‘Ik heb weer zo slecht geslapen’ sprak mijn moeder ietwat geïrriteerd terwijl ze plaatsnam in de grote fauteuil bij het raam. ‘Ik had weer rare benen’ vervolgde ze ongevraagd.

Rare benen. Ik herkende dat. Eigenlijk was de term “Rare benen” iets dat ik alleen van m’n moeder kende en dat ik wel eens van haar leende.

Rare benen. Ik had die ook wel eens.

Vloeken

Posted: 21 januari 2013 in Blog
Tags:, , , ,

Een aantal maanden geleden liep ik na een lange werkdag vanaf kantoor richting trein. Het moet ergens in November geweest zijn schat ik in, het was namelijk al donker. Vlak voordat ik de trappen richting het perron opliep, kwam ik door een soort tunnel heen. Degene die wel eens van of naar station Deventer reizen zullen weten wat ik bedoel. In dit stukje tunnel hangt aan weerszijden een rij van vier posters in een lichtbak. Acht in totaal. Zijdelings keek ik er naar. Op de posters stonden jonge mensen, semi-stoer afgebeeld terwijl ze in de camera keken. Ze waren zo stoer omdat ze stoere dingen deden. Zo was er een meisje met een grote zonnebril op die op een stoere rode motor zat. Ietwat vreemd, gezien het feit dat het blonde meisje volgens mij nog niet eens bevoegd was om op een scooter te mogen rijden. Maar goed. Naast het meisje stond de tekst (grote dikke letters dus heel stoer geschreven) “Ik? Ik ben tegen vloeken“.

Ik realiseerde me dat ik hier opnieuw te maken had met de Bond tegen het Vloeken. U weet wel, de Bond die het zich denkt te kunnen permitteren om u als zondaar keihard te beoordelen op uw vloekgedrag middels werkelijk waar tenenkrommende posters op met name stations. De teksten op deze posters zijn van een dusdanig niveau, doordrenkt met een Christelijke ondertoon, dat ik er meestal lichtelijk agressief van word. Teksten als “Met vloeken kom je nergens” en “Als er een vloek valt breekt er iets” of klassiekers als “Een vloek mist ieder doel” en “Zeg geen Jezus als hij je niks zegt” zorgen bij mij vrijwel instant voor een lichte vlekvorming in m’n nek. Ik kan er niks aan doen.

Het zit zo.

Ik vloek regelmatig. En dat vind ik fijn. Een goede “Godverdomme” is immers een heerlijke uitlaatklep voor de op dat moment blijkbaar ontstane frustratie. In welke vorm dan ook. Ook termen als “Fucking Hell” en het simpele “Jezus” willen nog wel eens voorbij komen. En waarom? Omdat het wel degelijk oplucht.
Dergelijke termen worden door mij zeker niet de hele dag door gebruikt moet u weten. Ik hoop niet dat u mij ziet als een ketterende soort van Tokkie of iets in die richting. Dat ben ik allesbehalve. Ik durf namelijk te stellen dat ik een uiterst beschaafd persoon ben. Zelf met dit gevloek op zijn tijd.

Wat mij zo agressief maakt qua Posters (overigens geldt dit voor de hele Bond tegen het Vloeken), is dat moralistische ondertoontje. Dat fundamentalistische Christelijke opgedrongen iets. Het “alleen-als-christen-tel-je-mee-en-ben-je-een-goed-mens” toontje. Dat opgeheven vingertje dat een ieder die buiten de denkwijze valt stilzwijgend beoordeeld en erger nog, veroordeeld. Want alleen Christenen tellen mee. Want die weten hoe het hoort. Die vloeken niet. Want een vloekend mens is slecht. En gitzwart van binnen. Ik kan hier extreem slecht tegen.

Op de site van “de Bond” staat een filmpje met daarin Christelijke kopstukken als De heer Van der Staaij van de SGP en een Heilssoldate die met samengeknepen billen pleiten voor een “Vloekvrij Nederland” en men hoopt dat er op scholen (eerst Christelijke, daarna misschien wel gewone!) een begin word gemaakt. Want de jeugd, dat is de toekomst! Een vloekvrije toekomst!

Begrijp mij niet verkeerd. Ik heb NIETS tegen welk geloof dan ooit. Ik ben zelfs geschoold op Christelijke scholen. Ik ken de Bijbelse verhalen stuk voor stuk en ik had dit stukje scholing nooit willen missen. Maar ik geloof niet. Ik ben wat men noemt een Atheïst. En dat mag ook.
Lieve mensen, geloof in wat u maar wilt. Doe lekker wat u niet laten kunt. Maar hou het voor uzelf. Probeer het niet als maïspap door de strot van een Foie gras Gans bij mensen naar binnen te drukken. Laat de niet gelovende mens ook in zijn waarde. Zoals de niet gelovende mens ook u (meestal) in uw waarde laat.

Vloeken is aangeleerd!” riep de Bond tegen het vloeken Papegaai ooit, jaren geleden. Ok, Bond tegen het Vloeken. En een geloof dan?

Hier wil ik het graag bij laten. Dank u.

20130121-235024.jpg

Verklaring

Posted: 19 januari 2013 in Blog, Humor, Muziek
Tags:, , , , , , ,

Ja. Ja. Ja. Ja. Ja.

Het was één grote leugen.

De tijd is gekomen om door het stof te gaan. De laatste jaren kan ik het slecht handelen en neem ik het mezelf steeds kwalijk. Ik had niet het idee dat ik valsspeelde, dat is het engst. Ik had toen echt niet door hoe groot dit allemaal is. Maar nu, de laatste tijd, zie ik woede en verraad in de ogen van de mensen die mij steunden. Dit zijn mensen die mij geloofden en in mij geloofden. Zij hebben het recht zich bedonderd te voelen. Dat is mijn fout. Dat is verschrikkelijk. Ik zal de rest van mijn leven ‘sorry’ zeggen en proberen vertrouwen terug te winnen.

Tot twee maal toe heb ik niet deelgenomen aan de Avondvierdaagse te Apeldoorn terwijl ik wel voor beide keren een medaille ontvangen heb. Deze zijn door mij in ontvangst genomen en hebben jarenlang zonder gevoel van spijt deel uitgemaakt van mijn onderscheidingen.

In 1993 kon ik niet van start gaan in verband met ziekte. Alleen de mensen die dichtbij mij stonden wisten hier vanaf. Echter na de Avondvierdaagse heb ik wel de bijbehorende medaille uitgereikt gekregen. In die tijd heb ik besloten hier in mee te gaan.
Tijdens de tocht in 1994 ben ik wel van start gegaan maar moest ik vanwege een blessure na de tweede dag afhaken. Tot mijn grote verbazing kreeg ik ook dit keer een medaille. En ja, ook ditmaal ging in mee in het verhaal.

Jarenlang heb ik een spel gespeeld. Ik probeerde een verhaallijn te creëren en als iemand iets zei wat mij niet beviel, als iemand niet loyaal was, dan probeerde ik hem als leugenaar te bestempelen. Zo ben ik mijn hele leven geweest.
Ook wist ik niet hoeveel impact ik had, hoe groot mijn status was.

Mijn verhaal is zo lang perfect geweest, maar het was zo slecht en zo giftig. In die tijd was het onmogelijk om de Avondvierdaagse uit te lopen zonder dit plan. Het was net zo logisch als de sokken in onze schoenen en de Liga Evergreen in onze rugzak. Het spijt me.

Ik ben nooit een fan geweest van de Nederlandse Wandelsport Bond, de NWB, maar er is geen reden voor mij om ze te beschermen, ik kan nu makkelijk zeggen dat ze het geld wel vanwege die reden hadden aangenomen. Maar zo was het niet. Het betrof hier enkel het bedrag van deelname. De volledige tien gulden die tot twee maal toe betaald is, in 1993 en 1994 was onder andere voor de organisatie en het fabriceren van de medailles.

Waarschijnlijk komt deze bekentenis te laat voor veel mensen. Dat is mijn fout. Ik kan nu alleen maar zeggen dat ik daar spijt van heb. Het verhaal is zo slecht en giftig, maar het meeste ervan is waar. Ik weet niet waarom ik hiermee zo lang heb gewacht. Ik was onderdeel van de hele cultuur.

Nogmaals wil ik aan alle mensen die jarenlang in mij geloofden mijn excuses aanbieden. Ook ben ik bereid mijn medailles, beide, in te leveren als dit één van de consequenties van mijn daden is. Mocht de NWB een onderzoek instellen, dan zal ik de eerste zijn die de deur opent.

20130119-233014.jpg