20140502-215343.jpg

Deze week is het exact 20 jaar geleden dat het zwartste weekend uit de geschiedenis van de Formule 1 plaatsvond. Een langzaam voortslepende nachtmerrie die maar niet op leek te houden en traag door bleef etteren. Een uitgebreide reconstructie;

Imola. Het kleine dorp met het prachtige Autodromo Enzo e Dino Ferrari waar al jarenlang de Grote Prijs van San Marino wordt verreden. Men is er klaar voor. Tijdens deze derde race van het seizoen, komt voor het eerst in 1994 de Scuderia thuis en juichen tienduizenden Tifosi hun team toe. Ondanks de controverse rondom de traction control, sinds dit seizoen net als alle andere hulpmiddelen verboden maar waarvan men vermoed dat onder andere Ferrari het nog wel gebruikt, is de sfeer goed.

Ayrton Senna is minder goed te pas. Zijn debuut bij Williams dit seizoen blijkt nog geen succes. Voor een coureur als Senna iets om van wakker te liggen, want een vierde wereldtitel winnen is zijn enige doel.
Tijdens de openingswedstrijd in zijn thuisland Brazilie waar hij op pole stond, spinde hij en moest de race staken. Ook de tweede race in Japan verliep anders dan Senna zich had voorgesteld. De Braziliaan vertrok wederom vanaf pole, maar werd na de start direct door Michael Schumacher gepasseerd en in de eerste bocht word hij van de baan gereden door Mika Häkkinen. Einde race.

Dit weekend op Imola, tijdens de GP moet en zál hij winnen. En daar is hij van overtuigd.
Williams doet er dan ook alles aan om hem te voorzien van een betrouwbare en vooral winnende auto. De FW16 is voor aanvang van het weekend volledig herzien. Een nieuwe voorvleugel, kortere wielbasis en veel kleine aanpassingen moeten Senna helpen, zo denkt ontwerper Adrian Newey.

Een andere coureur, de nieuwkomer en relatief onbekende Oostenrijker Roland Ratzenberger, heeft er wel veel zin in. Hij arriveert die donderdag in een splinternieuwe blauwe Porsche in Imola. Ratzenberger heeft bij het nieuwe team van Simtek getekend voor slechts zes races waarvan hij er nu dus nog maar vier te gaan heeft. Het vermoeden bestaat dat Jean-Marc Gounon zijn plaats na deze zes races in zal nemen. Ratzenberger wil er alles aan doen om het team op andere gedachten te brengen en gaat zijn uiterste best doen om de ondermaatse Simtek over de streep te krijgen in een ieder van de zes races. In Brazilie faalde dit plan, maar in Japan kwam hij toch als elfde over de streep. Welliswaar als laatste en met vijf ronden achterstand op de winnaar, Michael Schumacher, maar toch. Hier op Imola is hij vastberaden om zich te kwalificeren en om opnieuw de race uit te rijden.

Vrijdag 29 april.
De eerste training is zonder bijzonderheden in volle gang als de jonge Braziliaan Rubens Barrichello een zeer zwaar ongeval krijgt. Midden in een snelle ronde komt zijn Jordan na een kleine stuurfout in de bocht Variante Bassa met ongeveer 220km/u bovenop een kerbstone terecht en wordt direct gelanceerd.

20140502-215511.jpg

De bontgekleurde Jordan vliegt lijnrecht op de tribune af, enkel gescheiden door een stapel banden en een hek. Terwijl de auto ongeveer een meter van de grond is, beland hij half bovenop de bandenstapel en komt daar abrupt tot stilstand. De auto veert iets terug de lucht in en wordt terwijl de achterkant omhoog komt met zijn neus in het naastgelegen gras geplant. Daar draait de Jordan om zijn as, slaat anderhalve keer over de kop en blijft onheilspellend ondersteboven liggen.

Eddie Jordan, teameigenaar van Jordan, ziet het in de pits op de schermen gebeuren en weet zeker dat de jonge Rubens het niet na zal vertellen. Barrichello, die het seizoen nog wel zo goed begon en het team van Jordan zowaar haar eerste podium ooit gaf in Japan.

De klap is enorm, de ravage zo mogelijk nog groter. De hulpverlening die op gang komt, straalt direct chaos uit.
Professor Sid Watkins, de Formule 1 dokter, zijn vaste anesthesist Baccarini en de chauffeur van de medische auto staan dichtbij in de bocht verderop en horen de klap. Terwijl men de racedirector hard om een rode vlag horen schreeuwen op de radio, snellen ze zich naar het wrak. Tot zijn grote schok ziet de Professor dat een marshall de auto zonder nadenken omduwt. Met een enorme klap komt het ding op het gras terecht en het behelmde hoofd van de bewusteloze Barrichello klapt bruut tegen de rand van de cockpit. “De gedachte dat deze klap als de coureur schade aan zijn nek heeft niet echt mee zou helpen speelde direct door mijn hoofd” aldus Watkins. De helm beweegt niet. De enorme schade aan de wagen die nu zichtbaar is, voorspeld weinig goeds.
De Professor gaat op zijn knieën zitten en buigt zich voorzichtig over de nog steeds roerloze coureur heen. Pas dan ziet hij dat het om Barrichello gaat. Zijn zware en moeizame ademhaling is duidelijk hoorbaar. Terwijl dokter Baccarini de helm vasthoudt, knipt de Professor met zijn schaar het bandje onder de kin los en verwijderd langzaam de helm. Barrichello is bewusteloos en bloed hevig uit een wond nabij zijn neus. Het vele bloed zorgt ervoor dat hij steeds meer moeite heeft met ademhalen. En dat is het grootste gevaar. “De grootste nachtmerrie bij dergelijke verwondingen is de zuurstoftoevoer, want na 3 tot 4 minuten sterven langzaam de hersencellen af”.
Om de zuurstoftoevoer weer enigszins te bevorderen, drukt Watkins een buisje tussen de op elkaar geklemde tanden van Barrichello door tot in de luchtpijp. Hierdoor ontstaat er een kleine opening en kan hij wat vrijer ademen. Terwijl de Professor en dokter Baccarini een tijdelijke nekkraag aanbrengen, arriveert het team dat getraind is om gewonde coureurs met mogelijke schade aan rug en nek stabiel uit de auto te halen. Het probleem op dit moment is echter nog dat niemand kan zeggen of dat daadwerkelijk het geval is. Barrichello is immers bewusteloos en er is niet vast te stellen of er schade aanwezig is.
Terwijl de Professor en de dokter zorgen dat de luchtpijp en de nekkraag intact blijven, begint het team specialisten met het “liften” van de jonge Braziliaan. Na een paar minuten probeert Barrichello bij bewustzijn te komen en is verward en geïrriteerd. Watkins stelt hem gerust en na nog een paar minuten ligt hij op de brancard. Barrichello is inmiddels gedeeltelijk bij bewustzijn, tot grote opluchting van de reddingsploeg. Per ambulance wordt hij naar het medische centrum op het circuit vervoerd waar Neurochirurg Franco Servadei een series tests en onderzoeken uitvoert alvorens Barrichello naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis wordt gebracht.
Eddie Jordan haast zich naar het medisch centrum en treft daar Ayrton Senna aan naast zijn landgenoot Barrichello. Wanneer Senna ziet en hoort dat het goed gaat met Rubens, verlaat hij het medisch centrum en wordt op weg terug naar de pits belaagd door pers en fotografen. “Hij is ok. Geschrokken natuurlijk, maar het komt goed” is het enige dat hij kwijt wil.
Als de Neurochirurg klaar is met zijn checks, gaat Barrichello per helikopter naar het ziekenhuis van Bologna waar alle middelen voor handen zijn.
Watkins is opgelucht en kijkt terug op een geslaagde reddingsoperatie. “Toen Rubens per helikopter werd afgevoerd, waren we er allemaal van overtuigd dat het goed zou komen. De sfeer was goed, we waren opgelucht en feliciteerden elkaar. Het systeem had gewerkt en dat voelde goed”.

Na een klein half uur vertraging kan de kwalificatie weer hervat worden. Aan het eind van de sessie schiet de Larrousse van Olivier Beretta heel eng in exact dezelfde bocht als Barrichello achteruit de muur in. Zonder problemen stapt Beretta uit, tot opluchting van de gehele paddock. De toon voor het verloop van het weekend is gezet.

Zaterdag 30 april.
Rubens Barrichello houdt niets ernstigs over aan zijn gigantische crash en mag in de loop van de ochtend het ziekenhuis in Bologna weer verlaten. Racen zit er niet meer in dit weekend, maar hij besluit wel terug te keren naar het circuit. Van zijn ongeval weer hij niets meer, zo verklaart hij. “Ik kan me er niets meer van herinneren. Ik weet dingen vlak voor en vlak na het ongeval. De auto begon te glijden en ik trapte op de rem, daarna weet ik niets meer. Het eerste dat ik dan weer weet, is dat ik in het medisch centrum was met Ayrton en dat er van alles gebeurde. Maar ik ben blij dat alles ok is en voel me goed nu. Ik ben dankbaar dat ik nog leef en had graag willen rijden. In Monaco ben ik er weer bij, dat is zeker!”

Door het wegvallen van Barrichello, blijft er een veld van 27 auto’s over. Dat betekent dat er slecht één auto niet van start kan gaan in plaats van de gebruikelijke twee. De teams in de onderste regionen, Pacific, Larrousse en Simtek zien een kans. Het is immers niet altijd gebruikelijk dat beide auto’s daadwerkelijk op zondag van start gaan.
Dat weten ook David Brabham en Roland Ratzenberger, beide rijdend voor het team van Simtek, het nieuwe team dat alle zeilen bij moet zetten om er wat van te maken. Met slechts een crew van 35 man, tien keer minder dan bijvoorbeeld een topteam als Ferrari, moet men het zien te doen.
Tijdens de vrije training die ochtend klaagt Ratzenberger over de remmen van zijn Simtek. Het team besluit de meer ervaren Brabham in de auto van Ratzenberger naar buiten te sturen om te kijken of het inderdaad aan de remmen ligt. Ratzenberger heeft gelijk en Brabham bevestigd wat de Oostenrijker al vermoede. De remmen zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.

Vol vertrouwen begint Ratzenberger aan de kwalificatie die middag. Hij doet meer dan ooit zijn best. Hij wil zich bewijzen. Hij weet immers dat zijn vervanging na de eerste zes races al zo goed als klaar staat. Hij weet ook dat zijn teamgenoot dit weekend snel is. En hij weet dat door het wegvallen van Barrichello een goede kans heeft om van start te gaan. Ratzenberger pusht hard. In één van zijn snelle ronden, beland hij kort naast de baan. Hij komt terug op de baan, gaat even van het gas en slingert op het circuit hard van links naar rechts. Hij doet dit bewust om te zien of er door het uitstapje wellicht iets mis is met zijn auto. Blijkbaar heeft hij geen enkele aanleiding te twijfelen aan zijn auto, en dus zet hij vol door.
Op hoge snelheid komt hij over start/finish, gaat vol links door de snelle en prachtige Tamburello bocht en komt aan bij de Villeneuve knik, vlak voor de Tosa haarspeld. Ratzenberger heeft geen enkele kans, het is voorbij voor hij er erg in kan hebben.

Vlak voor de Villeneuve, breekt een deel van zijn voorvleugel af en vliegt door de lucht. Ferrari coureur Jean Alesi die wegens een blessure niet van start kan gaan staat in de Tamburello te kijken en ziet het allemaal gebeuren. Een ander deel van de vleugel schiet onder de auto en maakt de Simtek volledig onbestuurbaar. Aan de binnenkant van de bocht staat een betonnen muur op enkele meters naast de baan. Met 315km/u duikt de paarse auto bijna frontaal de muur in waarna de linkerkant verwoestend volgt. Een explosie van felpaarse stukken Simtek komen neer op de baan. Langs de muur schuift de auto door richting de Tosa haarspeld. Hij komt op een stuk gras terecht waar de auto om zijn as draait, en vervolgens de baan opschuift. Midden in de bocht komt hij tot stilstand. Stilte.

20140502-220127.jpg

De beelden die iedereen ziet zijn schokkend. Het hoofd van Ratzenberger deinst onnatuurlijk en volledig ongeremd door de cockpit alle kanten op.
Senna heeft de snelste tijd al te pakken en staat naast zijn wagen in zijn pitbox naar het verloop van de kwalificatie te kijken. Live op het scherm ziet hij alles gebeuren. Geschrokken draait hij zich richting één van zijn monteurs en probeert uit te leggen wat hij geschokt een paar seconden eerder zag gebeuren. Hij keert zich om, sluit zijn ogen en zucht diep. Het is ernstig, en hij weet het.

Teamgenoot David Brabham is net bezig met een snelle ronde als hij over start/finish komt en de vlaggen ziet. Als hij gas terugneemt en door Tamburello naar de Villeneuve knik rijdt ziet hij dat de baan bezaait is met stukken auto. “Ik wist meteen dat het Roland was. De baan lag bezaait met paarse stukken puin en ik schrok omdat ik wist hoe snel de bocht was. Hoe dichterbij ik kwam, hoe vreselijker ik me voelde. De chaos was enorm. Omdat de auto midden in de bocht stond, moest iedereen er omheen. Een groep marshall’s waren druk rond de auto. Ik moest weten hoe het met m’n teamgenoot was en keek toen ik stapvoets passeerde in de cockpit. Ik wilde dat ik dat nooit gedaan had. Zijn hoofd stond in een onnatuurlijke houding. Het maakte me misselijk en ik had een sterk gevoel dat het volledig fout zat”.

Voor de tweede keer dit weekend moeten Professor Sid Watkins en dokter Baccarini in actie komen. De chauffeur van de medische wagen schiet richting het ongeval. Als men aankomt, zijn er al een aantal ondersteunende doktoren aanwezig, de eerste was er al na 12 seconden. Beide heren zijn al druk bezig met Ratzenberger in de volledig verwoeste Simtek. De helm is verwijderd en de standaard eerste procedures zijn al uitgevoerd. Er is een luchtbuis aangebracht. De Professor knielt naast de auto en pakt zijn zaklamp waarmee hij in de ogen van de coureur schijnt. Het is weinig hoopvol zo merkt hij. De pupillen trekken niet meer samen. Om hem beter te kunnen behandelen, haalt het reddingsteam Ratzenberger uit zijn wagen en behandeld hem medisch.
De Italiaanse TV regie is genadeloos. De TV camera’s registreren, vaak volledig ingezoomd, alle handelingen aan het levensloze lichaam. Een helikopter cirkelt als een aasgier rondjes boven de plek van de crash en blijft alles filmen. De handelingen van het medische team dat letterlijk met man en macht probeert de jonge Oostenrijker te redden worden onverbloemd en misselijkmakend dichtbij in beeld gebracht.
Na hem per ambulance naar het medisch centrum gebracht te hebben, wordt vrijwel direct besloten om hem meteen per helikopter naar het ziekenhuis in Bologna te vervoeren. Er is hier op Imola niets meer dat men kan doen. Op dat moment verschijnt een zwaar geëmotioneerde coureur in de deuropening.

Het is Ayrton Senna. Kort daarvoor was hij nog op de plek van het ongeval. Vanuit de pits had hij een auto van de organisatie geclaimd die hem naar de Tosa haarspeld bracht, zoals hij dat bij andere crashes eerder al eens gedaan had. Hij wilde het zien. Hij wilde het voelen. Hij wilde het ruiken. Hij spreekt met de marshall’s. Het helpt hem blijkbaar op een bepaalde manier.
Toch was een dodelijk ongeval in de F1 iets dat ook voor Senna nieuw is. Het laatste fatale slachtoffer was immers Ricardo Paletti in Montreal 1982.
Senna wil antwoorden en moet de Professor spreken. Als hem de toegang tot het medisch centrum ontzegd word, rent hij naar de achterzijde van het complex en klimt over de hekken waarna hij alsnog het gebouw binnendringt. De Professor ontfermt zich in het medische centrum over Senna, een dierbare vriend en vertrouweling na al die jaren, en neemt hem mee naar buiten. “Hij had veel vragen en ik heb ze in alle eerlijkheid beantwoord. Terwijl we stonden te praten arriveerde Charlie Moody, de teambaas van Simtek, en vertelde ik ook hem het slechte nieuws dat Roland niet meer geholpen kon worden. Het was vreselijk om zo emotieloos en professioneel te blijven terwijl er twee totaal verwoeste mensen naast je staan”.
Ayrton Senna is kapot. Hij stort huilend in elkaar op de schouder van de Professor. Die snapt zijn reactie. “Waarom niet? We waren tenslotte al vele jaren erg close. We gingen samen vissen, bezochten elkaars familie en hij maakte deel uit van mijn familie. We deelden onze zorgen en verhalen over de sport en over het leven”. Met zijn arm om de huilende Senna heen, voelt Watkins dat hij wat moet zeggen. “Ayrton, waarom trek je je niet terug uit de race morgen? Ik denk niet dat je het moet doen. Of, waarom stop je niet helemaal? Wat wil je nog bereiken? Je bent drievoudig wereldkampioen en duidelijk de snelste coureur. Geef het op. We gaan lekker samen vissen!”. Er valt een lange stilte. Senna komt tot rust. De Professor gaat door. “Ik denk niet dat dit het enorme risico nog waard is. Stop ermee”. Ayrton is inmiddels wat tot rust gekomen en kijkt weloverwogen zijn vriend Sid aan. “Sid, er zijn bepaalde dingen waar we geen controle over hebben. Ik kan niet stoppen, ik moet doorgaan” spreekt hij kalm terwijl hij zich omdraait en wegloopt. Het zijn de laatste woorden die hij tegen zijn vriend de Professor spreekt.

Inmiddels is Ratzenberger per helikopter in het ziekenhuis van Bologna aangekomen. Zoals Professor Sid al wist, is het einde verhaal. Al bij binnenkomst wordt de jonge Oostenrijker officieel doodverklaard. Hij overleed aan de gevolgen van een ernstig nek- en hoofdtrauma en werd slechts 33 jaar oud.

Na 45 minuten wordt de sessie weer hervat. Alle wagens, behalve die van Williams, Benetton en Sauber, gaan terug de baan op om de kwalificatie af te ronden en de startgrid van de volgende dag te bepalen. De tijd die Senna in de eerste kwalificatie haalde blijft bovenaan staan en hij zal die zondag starten voor Michael Schumacher en Gerhard Berger.

Ondanks zijn goede prestatie is ook Berger in shock. Hij is geschokt door de dood van zijn Oostenrijkse landgenoot, en al helemaal op dit circuit dat hem weinig vertrouwen inboezemt. In 1989 maakt hij tijdens de race op nare wijze kennis met de betonnen muur in de Tamburello bocht als zijn Ferrari van de baan schiet en in een vlammenzee veranderd. Hij wordt ter nauwernood gered dankzij het snelle optreden van marshall’s met brandblussers.

Bij aankomst op het circuit was hij nog teruggeweest naar die bocht en had samen met ex-teamgenoot Senna even stilgestaan bij dit levensgevaarlijke punt dat hem bijna fataal werd. De twee zijn nog steeds goede vrienden. Het duo stond bij McLaren bekend om hun practical jokes die teambaas Ron Dennis gek maakten. Over de muur kijken de heren naar de beek die er loopt, de Santerno. Er kan niets veranderd worden zo concluderen ze, en ze vervolgen hun weg.

De sfeer in de paddock na de kwalificatie is zelden zo donker en emotioneel geweest. Alle min of meer sportieve vijandelijke grenzen vervagen volledig. Teams vinden steun bij elkaar en delen onderling hun emoties. Alle (sponsor)verplichtingen worden geschrapt, in het mediacentrum wordt door alle journalisten en fotografen openlijk gerouwd en iedereen geeft het kleine team van Simtek alle aandacht en liefde die het op dit moment zo hard kan gebruiken. De paddock veranderd in één grote familie.

In het midden van deze donkere wolk staat David Brabham. Als enig overgebleven teamlid hangt de beslissing om morgen wel of niet te starten boven zijn hoofd. Het team en de FIA laten de beslissing volledig aan hem. Brabham leeft nog in een roes en weet oprecht niet wat te doen. Aan de ene kant voelt hij het als zijn verplichting om door te gaan voor het team en voor Roland. Zeker een voor een team dat net begint. Aan de andere kant die enorme twijfel. Waarom nog van start gaan?
Toch komt er in aanloop naar de race een antwoord. Hij besluit aan de start te verschijnen en na de warm-up pas definitief te bepalen wat hij doet. Het team gaat akkoord.

Terwijl de avond valt en het besef langzaam door begint te dringen dat er morgen ook nog geracet moet worden, loopt het circuit leeg en vervolgd iedereen zijn of haar weg. De verwerking en voorbereiding zal voor iedereen anders zijn.

Zondag 1 mei.
Al vroeg, vanaf een uur of vijf in de ochtend, is het druk op het circuit. De startplekken en lijnen op start/finish worden voorzien van een nieuw laagje verf, de gridgirls oefenen hun routine en de monteurs zijn in de pits druk bezig met de voorbereidingen op de race. In het perscentrum loopt het inmiddels vol met journalisten die druk aan het werk zijn. De dood van Ratzenberger heeft de afgelopen 12 uur voor veel vragen gezorgd. Vooral de veiligheid staat hoog op de conversatielijst. Het was immers twaalf jaar goed gegaan zonder dodelijke afloop en dus was er weinig aanleiding om bezig te zijn met dit onderwerp. Nu staat het echter weer bovenaan.
Niki Lauda heeft hierover de vorige avond al serieuze gesprekken gevoerd met onder andere Gerard Berger, Michael Schumacher en Ayrton Senna. Lauda oppert dat die laatste, als grootste en meest gerespecteerde naam uit de sport, zijn invloed gebruikt om veiligheid weer op de agenda van de FIA geplaatst te krijgen. Ook vind hij het weer tijd om de Grand Prix Drivers Association, de GPDA, nieuw leven in te blazen. Deze stuurgroep van coureurs werd opgeheven na wat interne strijd tussen onder andere de FOCA en de FISA in 1982. Dit is volgens Lauda dé aanleiding om het weer serieus te gaan nemen. Men besluit er in Monaco verder over te praten.

David Brabham arriveert die ochtend moe en emotioneel volkomen leeg op Imola. Hij heeft geen oog dichtgedaan, zo zegt hij zelf. “Ik heb amper geslapen die nacht. Ik maakte me zorgen om mijn vrouw die bij me was dit weekend en inmiddels 18 weken zwanger was. Wat moest ik doen? Ik had het gevoel dat de hele wereld naar me keek”.

Ondanks de deken van verdriet die over de paddock hangt, is de sfeer kalm en rustig als de zon opkomt en de ochtend langzaam voorbijtrekt. Mensen praten met elkaar, coureurs zoeken elkaar op, er zijn nog wat sponsorverplichtingen en de gebruikelijke warm-up vindt plaats. Tijdens die warm-up gebeurt er echter iets bijzonders. “Ik wil even hallo zeggen tegen mijn goede vriend Alain. We missen je Alain!” spreekt Senna onaangekondigd tot verbazing van velen. Men weet hoe groot de strijd tussen Alain Prost, dit seizoen voor het eerst niet als coureur maar als verslaggever voor de Franse TV aanwezig, en Ayrton Senna altijd is geweest. Toch lijkt Senna met dit opmerkelijke gebaar de strijdbijl definitief te willen begraven. Waarom nu weet niemand.
Na de warm-up besluit David Brabham om toch van start te gaan en er het beste van te maken. Voor het team. Voor Roland. Hij kan ze niet in de steek laten, zo voelt het.

Het circuit loopt langzaam vol en de toeschouwers zoeken de beste plek om de race te kunnen volgen.
Om 11.00u is er zoals gebruikelijk voor aanvang van elke race een bijeenkomst met alle coureurs. Er worden veel vragen gesteld over de veiligheid. Moet er wel gestart worden? En hoe heeft dit weekend zo dramatisch kunnen verlopen? Gerhard Berger is, op aandringen van Ayrton Senna, zeer kritisch over de auto van de raceleiding die tijdens de formatieronde het veld zal leiden. Het ding is te langzaam bleek de vorige race al. Op deze manier is het onmogelijk om de banden goed warm te krijgen. De raceleiding besluit hierop de auto niet in te zullen zetten.
Aan het eind van de bijeenkomst houden de coureurs een minuut stilte voor hun omgekomen collega Ratzenberger. Professor Sid Watkins, tevens aanwezig, vind dat eigenlijk een slecht idee. Hij is bang dat de emoties een te grote rol zullen spelen met het oog op de race die over een paar uur nog verreden moet worden. Focus is immers erg belangrijk. Hij kijkt de ruimte in en ziet dat de meesten zich toch sterk houden. Behalve Senna. “Voor de tweede keer in 24 uur was hij aan het huilen. Hij deed zijn best om zich flink te houden, maar de stille tranen liepen langs zijn gezicht tot op zijn lippen waar hij ze weglikt om zijn verdriet te verbergen. Ik wende mijn blik af uit respect voor zijn verdriet. Na de bijeenkomst spraken we niet meer met elkaar, wat vreemd was, want normaal deden we dat wel”.

Als de start langzaam nadert, neemt de gespannen sfeer toch weer toe. Om 13.00u doen de raceleiding, Professor Watkins en de stewards hun vaste inspectieronde. Het circuit ligt er prachtig bij en alles staat op zijn plaats. Na de inspectie wordt het circuit vrijgegeven voor de race en rijden de auto’s stuk voor stuk de pits uit richting startgrid. Vooraan staat Senna in zijn Williams. Hij is kalm, maar straalt een zekere onrust uit. Zijn gezicht zegt genoeg.

De tijd tikt langzaam richting 14.00u. Het is zover. De lichten gaan op groen. Als de race van start gaat, houdt de paddock haar adem in. Men zal blij zijn als het allemaal voorbij is.
Maar helaas, het gaat gelijk al mis. De Benetton van de Fin J.J. Lehto komt niet van zijn plek en blijft staan. Aan alle kanten ontwijkt het veld hem nipt en het lijkt goed te gaan totdat de Lotus van Pedro Lamy zich vol in de achterkant van de stilstaande auto boort. Een regen van wrakstukken en wielen daalt neer op de startgrid en op de hoofdtribune. Negen toeschouwers en vier marshall’s raken gewond door rondvliegende stukken auto en de chaos is enorm. Beide coureurs zijn nagenoeg ongedeerd en vluchten richting de paddock.
Iedereen gaat er vanuit dat de race gestopt zal worden om de start/finish schoon te vegen, maar tot ieders verbazing komt de safetycar de baan op. Zowel de teams als de toeschouwers weten niet wat ze hier nou mee moeten, want een safetycar is iets dat je vrijwel nooit ziet in de Formule 1 anno 1994.
De auto, bestuurd door Formule 3 kampioen Max Angelelli, doet zijn best om het veld te leiden, maar de Opel Vectra is er niet voor gemaakt. Dit tot grote ergernis van Senna die merkt dat zijn banden te snel afkoelen. Demonstratief gaat hij af en toe naast de Vectra rijden om de snelheid op te jagen. Senna is geirriteerd. Na vijf ronden achter de safetycar, wordt de baan weer vrijgegeven.
Senna vliegt er als door een wesp gestoken vandoor, kort gevolgd door de Benetton van Schumacher. Als Senna de laatste bocht uitkomt en volgas het rechte stuk langs de pits opduikt, passeert hij de medische auto met daarin Sid Watkins en zijn collega dokter die inmiddels weer op zijn plaats staat na de crash bij de start. “Ik heb een enorme hekel aan voorspellingen, maar toen Senna voorbijvloog zei ik direct tegen Mario Casoni, mijn chauffeur ‘Ik heb het gevoel dat er zometeen een fucking vreselijk ongeluk gaat gebeuren’. Ik had het nog nooit gevoeld, zoiets, en heb het daarna ook nooit meer gehad. Voorspellingen zijn zinloos”.

Michael Schumacher die erg kort achter Senna zit omdat hij op een drie-stop-strategie zit en dus lichter is, ziet bij het insturen van de eerste bocht, Tamburello, dat de Williams voor hem ontzettend nerveus is en een zee van vonken van het asfalt af doet springen. “Ik zag dat de auto de grond bijna overal raakte en erg nerveus was. Hij verloor hem bijna in de bocht.”.
Schumacher houdt gevoelsmatig wat meer afstand en blijft de nerveuze Williams volgen. Als de twee over start/finish komen en Senna opnieuw scherp Tamburello induikt, ziet Schumacher het voor zijn ogen gebeuren. “Net als de vorige ronde verloor hij de controle over de auto, dit keer volledig. De onderkant van de auto raakte het asfalt, hij ging een beetje zijdelings en hij was hem kwijt”.
De Williams gaat met ruim 300km/u rechtdoor de snelle bocht in richting de betonnen muur. Senna probeert de auto nog onder controle te krijgen en remt de auto af tot ongeveer 215km/u maar het helpt niet meer.

Vrijwel frontaal en met een allesverwoestende klap ramt Senna de muur. Wielen en onderdelen vliegen weg, de auto ketst terug van de muur en draait een paar keer rondom zijn as waarna hij tientallen meters verderop vlak naast de baan tot stilstand komt. De weggesprongen onderdelen raken enkele passerende auto’s en de race wordt vrijwel direct om 14.17u met rode vlaggen afgevlagd.
Als het stof wegtrekt, ziet iedereen de compleet verwoeste Williams staan met Senna er nog in. De gele helm beweegt niet meer.

De reddingsoperatie komt, zoals al veel te vaak dit weekend, opnieuw op gang. Op het hele circuit komt de crash die duidelijk erg zwaar was aan als een mokerslag. Men houdt opnieuw de adem in. Niet weer…
Volgas is een paar seconden na de rode vlag de medische auto vertrokken en vliegt over het rechte stuk richting het ongeval. Als de wagen Tamburello nadert, weet Professor Sid in zijn achterhoofd al dat het om Senna gaat. Hij krijgt gelijk.
De dokter van het medische team dat als eerste ter plaatse is, heeft de zwaar beschadigde helm vast en ondersteund Senna’s nek. Hij verliest veel bloed dat onder zijn helm vandaan komt. Voor de zoveelste keer dit weekend haalt de Professor zijn schaar tevoorschijn om het bandje van de helm onder de kin door te knippen. Voorzichtig verwijderd men de helm en plaatst deze naast de auto. Het is voor Watkins vrijwel direct duidelijk dat het er niet goed uitziet. “Zijn ogen waren gesloten en het was duidelijk dat hij diep buiten bewustzijn was. Ik bracht een luchtbuis aan en tilde zijn oogleden op. Aan de pupillen kon ik duidelijk zien dat hij een zwaar hersentrauma had opgelopen”. Een deel van de ophanging is tijdens de crash afgebroken en heeft dwars door zijn helm zijn hoofd gepenetreerd. Het team lift Senna uit zijn auto en plaatst hem op het beton naast de auto.

Wederom is het de Italiaanse TV regie die besluit geen seconde van deze gruwelijkheden te willen missen, en er met helikopter boven blijft hangen om alles te filmen. De beelden komen elke huiskamer in de wereld binnen, en 200 miljoen mensen kijken live mee met de doodstrijd van een wereldkampioen.

Inmiddels is Schumacher op start/finish aangekomen en parkeert zijn auto op de eerste rij, klaar voor de eventuele herstart. De rest van de wagens volgt. De coureurs zijn geschrokken en hebben het wrak en de ravage gezien maar velen weten niet dat het om de meeste ervaren coureur van allemaal gaat. In afwachting tot de herstart trekken de coureurs zich terug en volgt er veel speculatie over de stand van zaken rond het ongeval.

Er is eigenlijk niets meer aan te doen, merkt Watkins. “Toen we hem op de grond neerlegde, zuchtte hij nog een keer. Hoewel ik totaal niet religieus ben, voelde ik op dat moment dat zijn ziel zijn lichaam verliet”.
Toch doet men er alles aan om te redden wat er te redden valt. Er wordt een medische helikopter opgeroepen om direct op het circuit naast het ongeval te landen. Het raceoverall wordt weggeknipt en de artsen proberen Senna enigszins stabiel te krijgen voor transport naar het ziekenhuis. Alhoewel de Professor nog wel in de verte een onregelmatige pols voelt, weet hij gezien de andere verwondingen dat het niet zal helpen. De helikopter land inmiddels samen met neurochirurg Gordini vlakbij op de baan.

Midden in alle hectiek die ontstaan is na de crash wordt Érik Comas in zijn Larrousse de baan weer opgestuurd, terwijl de race nu al geruime tijd is stilgelegd. De reddingsploeg is druk bezig met Senna, als Comas midden op het circuit de traumahelikopter en een paar geschrokken marshall’s tegenkomt die hem tot stoppen dwingen. Comas, geschrokken, zet zijn wagen stil en stapt uit. “Toen ik in Tamburello arriveerde, was het alsof er een atoombom was afgegaan. Het leek alsof er een donkere zwarte deken over de plek van de crash was neergedaald. Zonder dat ik wist wat er precies gebeurd was, had ik wel meteen door dat het slecht was. De doktoren waren bezig met Ayrton. Ik voelde mezelf langzaam verlammen omdat ik vlakbij de man stond die twee jaar eerder mijn leven redde, en er was niets dat ik nu kon doen. Dat gevoel was vreselijk.”
Het incident waar Comas het over heeft, vond in 1992 plaats op het circuit van Spa-Francorchamps tijdens de vrijdag kwalificatie waar hij in Blanchimont rechtdoor schiet. Zijn voorwiel, dat losraakt, slaat hem knock-out en als zijn Ligier midden op de baan in een wolk van stof tot stilstand komt, zit hij bewusteloos in de auto met zijn voet nog op het gaspedaal. Senna, die achter hem rijdt en het ziet gebeuren bedenkt zich geen moment. Hij stopt zijn McLaren, rent tussen de wrakstukken door naar de Ligier en schakelt de auto uit. Terwijl hij wacht op de doktoren, ondersteund hij de nek van de Fransman terwijl er aan weerszijden van het wrak nog wagens passeren. Comas overleefd het incident en achteraf zal blijken dat het snelle optreden van Senna zijn redding is geweest. Doordat de auto nog liep en Comas het gas vol indrukte, was het slechts een kwestie van tijd voordat de auto in een vuurbal was veranderd.
Comas is de laatste coureur die Senna nog ziet. Volledig leeg kan hij niets meer en vertrekt richting paddock.

Senna wordt klaargemaakt voor vertrek richting Bologna, waar het Maggiore ziekenhuis voor de derde keer dit weekend klaar moet staan. Dokter Gordini begeleid Senna naar het ziekenhuis en te midden van het slagveld blijft Professor Watkins achter. Als de helikopter opstijgt en achter de bomen verdwijnt, ziet hij zijn dierbare vriend voor de laatste keer vertrekken.
“Het had geen enkel nut om mee te gaan. Er was niets meer dat ik zou kunnen doen dat de situatie kon beïnvloeden. Ik liep naar de auto en pakte Senna’s helm. Zijn handschoenen, die ik had verwijderd, en mijn eigen helm kon ik niet meer vinden.”

20140502-221559.jpg

In de paddock is de schok zo mogelijk nog groter dan de dagen ervoor. Er heerst vooral ongeloof.
Een huilende Schumacher zegt tegen zijn manager Willi Weber dat hij niet meer wil starten. Dit gevoel overheerst bij de meeste coureurs. Het team van Williams staat lamgeslagen op de grid. Men kan het niet geloven. Men weet niet hoe het met Ayrton is. Men wil niet meer. Ze zijn emotioneel gewoon leeg. Hoeveel meer kan een sport nog hebben?
In het kantoor van de raceleiding in Bernie Ecclestone druk in gesprek met de raceleiders, want wat moet er nu gaan gebeuren?
Opnieuw van start, zo stelt Ecclestone, want dat is er immers ooit besloten. Hoe erg de situatie ook, er wordt ook na een dodelijk ongeval altijd weer gestart.

Professor Watkins komt inmiddels aan bij het medisch centrum en treft daar neurochirurg Servadei die aan de telefoon zit met het Maggiore ziekenhuis om zoveel mogelijk details over de toestand van Senna door te geven ter voorbereiding op zijn komst. Hij geeft de helm van Senna die hij nog steeds bij zich draagt af ter bewaring. Vervolgens vult hij zijn medische koffer weer aan met alle standaard benodigdheden, als hij hoort dat de race om 14.55u weer hervat zal worden. Daarna voegt hij zich weer bij zijn medische auto en wacht de herstart af.

Hoewel niemand eigenlijk nog wil racen, verschijnen toch alle coureurs aan de start. Behalve Érik Comas, hij kan niet meer en trekt zich terug.
Damon Hill heeft besloten te willen starten. Hij heeft een gevoel van verantwoordelijkheid om het team van Williams te dragen, net als zijn vader dat deed in 1968 bij het team van Lotus toen Jim Clark overleed. Wel heeft Williams inmiddels gezien dat het stuur, inclusief een deel van de stuurstang, naast het wrak van Senna’s auto stond. Omdat men elk risico voor Hill weg wil nemen, wordt zijn stuurbekrachtiging uitgeschakeld.

De herstart. Na een formatieronde keren alle auto’s terug op de grid en wachten op het groene licht. De start is weinig spectaculair, maar Gerhard Berger is vrijwel direct Michael Schumacher voorbij. De Ferrari van Berger is tijdens het passeren van Senna’s ongeval geraakt door rondvliegend puin dat zijn ophanging beschadigde, maar voor de herstart heeft men het kunnen repareren. Ook Hill is goed weg en valt een paar keer Schumacher aan. Na contact en een spin moet hij terug naar de pits en valt hij ver terug.
Na elf ronden aan de leiding, merkt Berger dat er iets mis is met zijn auto. Hij komt naar binnen en stapt uit, niet bereid het risico te nemen dat zijn dierbare vriend Ayrton en landgenoot Ratzenberger dit weekend wel fataal werd. Schumacher gaat aan de leiding nu, gevolgd door Häkkinen en Larini.

En toch blijkt het weekend nog meer drama te herbergen. Tijdens het verlaten van de pits in de 44e ronde, schiet het achterwiel van de Minardi van Michele Alboreto los en word gekatapulteerd door de pitsstraat waar het verschillende monteurs raakt. Eén van de monteurs is er slecht aan toe. Tot overmaat van ramp rolt het wiel uit de pits over de baan heen, waar de auto’s die volgas over start/finish komen hem allemaal maar net missen.

Michael Schumacher wint de race, Larini wordt tweede gevolgd door Häkkinen op de derde plek.
Er volgt een trieste en sombere podiumceremonie waar werkelijk niemand nog op zit te wachten. Zelf de Tifosi niet, die een Ferrari op het podium zien staan. Iedereen wil zo snel mogelijk weg en dit weekend vergeten.

Na de race vertrekt Sid Watkins per helikopter naar het Maggiore ziekenhuis in Bologna om bij Senna langs te gaan. In het ziekenhuis treft hij het medisch personeel van dienst, Ayrton’s broer Leonardo en zijn manager aan.
Er zijn inmiddels uitgebreide hersenscans en röntgenfoto’s gemaakt die het eerdere vermoeden van Watkins bevestigen. De schedel en de hersenen zijn zwaar beschadigd en er kan niets meer gedaan worden. Senna wordt momenteel met moeite kunstmatig in leven gehouden maar is al volledig hersendood.
De familie wordt ingelicht dat de situatie hopeloos is. De bloeddruk, hartslag en ademhaling gaan snel achteruit en het einde is in zicht. Professor Watkins heeft contact met de familie in Brazilië die op het punt staat te vertrekken en naar Bologna te komen. Ze nemen zijn mededeling met pijn en verdriet aan, maar besluiten in Brazilië te blijven.
Inmiddels arriveert ook Gerhard Berger in het ziekenhuis. Hij is benieuwd en wil nieuws. Uiteraard had hij gehoopt op een ander soort nieuws, en verslagen verlaat hij het ziekenhuis.

Om 18.40u komt het ziekenhuis met de officiële mededeling over de toestand van Ayrton Senna. De drievoudig wereldkampioen is overleden. De tijd van overlijden wordt vastgesteld op 14.17u, het moment van de crash. Uit de autopsie is gebleken dat Senna direct hersendood was.

Ayrton Senna da Silva werd 34 jaar oud.

Tijdens de opruimwerkzaamheden vlak na het ongeval, trof een marshall in de cockpit van de verwoeste Williams een klein pakketje aan. Het bleek een Oostenrijkse vlag te zijn.

Senna ging die dag winnen, dat wist hij zeker. En na zijn winst zou er opnieuw een vlag wapperen tijdens de uitloopronde. Geen Braziliaanse dit keer, zoals hij dat zo graag deed. Nee, ditmaal een Oostenrijkse, als eerbetoon aan de omgekomen Roland Ratzenberger. De vlag heeft die dag helaas niet mogen wapperen.

20140502-221815.jpg

Wie is de *gaaaaap* Mol?

Geplaatst: 2 januari 2014 in Blog, Humor, TV
Tags:, , , , , , , ,

Op de diverse sociale media in ons land ging al sinds half december een kleine golf van glibberige geiligheid rond omdat op 2 januari het programma “Wie is de Mol?” weer van start zou gaan. Men werd gek. Als een kudde opgehitste tieners vlak voor een concert van One Direction, wipte men onrustig van links naar rechts op het scherm. Want lieve mensen, HET IS ZO SPANNEND!!

Tot een aantal jaren terug was ik zelf ook lichtelijke opgewonden als het weer ging beginnen, maar nu ben ik er eigenlijk al een paar jaar ontzettend klaar mee eerlijk gezegd. Al durf je dat bijna niet hardop te zeggen. Het is dat we een klein beetje geciviliseerder zijn geworden met z’n allen de afgelopen 300 jaar, anders was ik ongetwijfeld na het afgelopen seizoen al aan 4 touwen tussen een gelijk aantal paarden geëindigd op een willekeurig marktplein. Van WIDM blijf je af, lijkt de algemene strekking.

Vanavond was het dan eindelijk zover. De eerste aflevering van een nieuw seizoen. En ja, ik besloot te gaan kijken. Vraag me niet waarom.

Al bij het eerste shot, de eerste “scene” moest ik bijna gapen. De hele groep met zelfbenoemde “BN’ers” stond ijverig te wachten op übermol Art. U weet wel, Art, die ooit zelf eens mee heeft gedaan en die sinds vorig seizoen de nieuwe Pieter-Jan is, die op zijn beurt weer de nieuwe Karel was. Karel schoof ooit Angela opzij, maar dat weet bijna niemand meer.
Het groepje deelnemers met enorme rugzakken zag dan eindelijk Art tevoorschijn komen. Voor mij was dit al de eerste puzzel, want, wie zijn al die mensen? De helft had wat mij betreft ook op de vleeswarenafdeling van de Albert Heijn kunnen staan. Het zegt me gewoon weinig.
Goed, daar was Art dus die begon met zijn introductie. Een tergend langzaam verhaal, doorspekt met spannende muziek en lange stiltes. Ondertussen zien we gespannen gezichten en horen we af en toe wat commentaar van de deelnemers die blijkbaar tussen al het paranoïde gedoe en de constante onderlinge mindfucks nog tijd hadden voor interviews voor een zwart scherm. Met uiteraard hele spannende muziek op de achtergrond.

Maar toen begon het dan echt. Wie is de Mol?!

Die zat blijkbaar in een laptop, want dat was de eerste opdracht. Maak een vragenlijst en we zien wie er naar huis gaat. Paniek alom. Zwetende gezichten. En verdenkingen. Tygo was de enige die het gelijk snapte! En dat is natuurlijk vre-se-lijk verdacht. Volgens mij was Art heel duidelijk toen hij de opdracht verwoorde, maar goed, vanonder je aluminium-complot-hoedje hoor je het blijkbaar allemaal net wat anders.
Begeleid door hele spannende muziek, zien we 10 mensen een paar keer klikken achter een laptop terwijl we ze, veelal nietszeggend, wat horen praten.

En dan is het zover. Art zit achter een tafeltje achter dezelfde laptop en toetst één voor één de namen van de kandidaten in. En dat duurt lang. Zo. Lang.
Terwijl er dit keer EXTREEM spannende muziek klinkt, zien we een aantal groene schermen, uiteindelijk dan toch gevolgd door een rode. Ach, wat jammer. Een dramatisch muziekje speelt terwijl we in slowmotion de “Godverdomme” van Daphne nog eens zien. Maar wat een verassing, ze mag blijven. Wat een feest.

We zien wat scenes in het hotel terwijl de deelnemers inchecken. We kunnen er niks mee. Al zal de doorsnee “Mollenjager” er minimaal 38 aanwijzingen in ontdekken. Zo gaat dat.

De groep mag vervolgens de markt op. Met enkel een Chinees woordenboek moeten ze een enveloppe vinden en daarmee naar het Politiebureau rennen. Daar is Art. We zien de 5 groepjes rennend over de markt gaan, we horen hele spannende muziek, en we zien wat locals denken “WTF?”. Uiteindelijk bij Art legt hij uit wat ze met het geld moeten doen; een zaklamp kopen. Uiteraard klinkt er spannende muziek (Haal alle zwaar overdreven bombastische thrillermuziekjes weg, en wat je overhoudt is een tamelijk autistische versie van “3 Op Reis”).

Het is avond. In opnieuw 5 groepen worden de deelnemers willekeurig op gebouwen in Honk Kong gedropt. Met een zaklamp. Eén groep moet met een groene laser een code doorseinen. Juist. Nu snapt zelfs een seniele hoogbejaarde dat dit in de zee van licht die Hong Kong heet best wel lastig is. Tel daar een hoop gekloot bij op, spannende muziek, veel shots van de skyline, zinloze interviews met alle deelnemers over hoe ze allemaal niks zagen, en voilà; we zijn weer 20 minuten verder.

Eenmaal allemaal aangekomen bij Art die voor een kist met cijferslot staat (OMG! Altijd spannend!), moet er een code doorgegeven worden. Terwijl de spannende muziek tot een maximum opzweept, tikt Art de nummers in. U raadt het al, geen succes.

De laatste dag alweer. En ja hoor, alweer de laptop met de vragen. Same old, same old.
Daar zitten ze dan. Alles ingevuld en Art gaat weer aan het tikken. Eén voor één zijn ze weer aan de beurt. Dit keer duurt het nóg langer voordat we, na de spannendste muziek tot nu toe, te zien krijgen wie er naar huis mag. Na een paar dodelijke minuten is het moment dan daar. Ene Maurice moet naar huis. Come in treurige pianomuziek!

En dat was weer een week van “Wie is de Mol?”. En de laatste keer dat ik keek. Het zal wel weer aan mij liggen, maar de rek is er toch echt uit ondertussen. Jammer, want een beetje mindfucken in het buitenland is opzich nog wel aardig. Maar helaas.

Doei “Wie is de Mol?”, u krijgt van mij het rode scherm. Een nee, de joker kunt u dit keer niet inzetten.

image

Dan’s muzikale Top 30 van 2013!

Geplaatst: 30 december 2013 in Muziek
Tags:, , , ,

En daar is hij weer. Mijn jaarlijkse lijst met de beste muziek die in 2013 is uitgekomen. Tenminste, naar mijn bescheiden mening. Uiteraard, zoals het dergelijke lijstjes betaamt, is het verre van objectief, compleet, te volgen of naar een ieders smaak. En dat maakt het misschien nog wel het leukst.

Het is mijn lijst. Met muziek die door mij veel gedraaid is het afgelopen jaar. En die het, om de redenen die ik bij elk nummer verder toelicht, volgens mij verdient om in deze lijst te staan.

Nieuw is dit jaar dat het om een lijst van 30 nummers gaat in plaats van de gebruikelijke 25. Er is gewoon te belachelijk veel goede muziek uitgekomen in 2013. Na veel luistersessie’s en met veel pijn en moeite bleek 30 echt het hoogst haalbare.

Ik tel niet af. De onderstaande 30 nummers staan volledig willekeurig gerangschikt.

——-

2013. Muziekaal terugkijkend is het eerste dat me te binnen schiet en dat blijft hangen “Come-back”. Vele artiesten waar ik gek van was/ben, kwamen met nieuw materiaal het afgelopen jaar. MGMT, White Lies, Empire Of The Sun, Paul McCartney en Arcade Fire. De allergrootste verassing was, voor de hele wereld, ongetwijfeld David Bowie. Uit het niet lanceerde hij op zijn verjaardag, geheel onverwacht na een stilte van bijna 10 jaar, een nieuwe single. Als een klein kind dat nodig moest plassen heb ik de hier de hele dag onrustig van in de auto gezeten. Zo blij was ik. Mijn vreugde werd nog groter toen er bekend werd dat er zelfs een heel album zou volgen. Vreugde alom dus.

Ook was dit het jaar waarin er opvallend veel goede Duitse muziek kwam. Ik heb er een zwak voor, dus het zal wellicht grotendeels persoonlijk zijn, maar wat kwam er veel moois vanuit het oosten! Jammer dat het in Nederland totaal niets doet. Het slaat net zo dood als een biertje na 6 bitterballen. Zonde.

——-

De Jeugd Van Tegenwoordig – De Formule

De Jeugd Van Tegenwoordig. Wat zijn ze leuk. En wat blijven ze na al die jaren nog steeds zo enorm goed. Sterker nog, ze lijken er bij elk album alleen maar op vooruit te gaan.
P. Fabergé, Willie Wartaal, Vieze Fur en De Neger Des Heils maken van haast onbegrijpelijke teksten in combinatie met extreem slimme muziek, iets geweldigs. Ze hebben er lol en nemen het allemaal niet zo serieus. En daar hou ik van.
Dit nummer van hun laatste album “Ja, natúúrlijk!” Is er weer één die blijft hangen en niet gaat vervelen. Het muzikale middenstuk met de hoge toon is toch wel het knapste stukje uit dit nummer. Het irriteert zó extreem dat je denkt ieder moment gek te worden. Maar toch blijf je luisteren. Kijk, en dan ben je goed!

David Bowie – The Next Day

Ik had het er in de inleiding al even over. David Bowie. Al jaren ben ik erg groot fan. Er zijn maar weinig artiesten die zijn muzikale grootsheid kunnen evenaren. Heel weinig. Maar goed, you get the point, dus door met dit nummer.
In januari was daar ineens het prachtige “Where Are We Now?” waarin Bowie op kwetsbare wijze het Berlijn waar hij een aantal jaren woonde in de 70’s beschreef. Weergaloos.
Toch heb ik besloten niet dit nummer in deze lijst op te nemen, maar de titeltrack van het album dat in maart volgde, “The Next Day”. De hele plaat is geweldig. Bowie zijn stijl is instant herkenbaar en nog steeds magistraal. Maar toch moest ik er één kiezen.

Deze dus. Bowie zijn sound, lekker stevig, een videoclip (mét prachtacteur Gary Oldman!) die niet voor tere zieltjes bedoeld is en de tekst “Here I am, not quite dying!” die het eigenlijk allemaal wel zegt. Bowie is terug. En hoe!

Fit – Duurt Te Lang

Ik heb een klein beetje een zwak voor Nederlandse Rap. Geen idee, maar het klinkt gewoon zo fijn.
Zo ook Fit. Ik had er nog nooit van gehoord. Dacht ik.
Ik kende deze zanger namelijk al wel, bleek achteraf. Hij was één van de leden van de groep Flinke Namen die in 2009 een bescheiden hit hadden met “Als Zij Langsloopt”. Google het maar eens. Het is catchy.
Fit, eigenlijk genaamd Glen Faria, bracht dit jaar een prachtig solo album uit. Erg mooi.

Dit nummer was één van de beste, zo oordeelde ik bescheiden. Maar ga zeker het album eens luisteren.

The Opposites – Sukkel Voor De Liefde

Willy en Big2, oftewel The Opposites. Al een paar jaar draait men mee, niet geheel onsuccesvol. Het is een beetje het Jeugd Van Tegenwoordig verhaal, alleen wel verstaanbaar en iets serieuzer. Dit nummer van het gelijknamige album vind ik waanzinnig. Muzikaal erg sterk, een tragische videoclip en natuurlijk de epische tekst “Want ik ben een sukkel voor de liefde, Koning in de Discotheek” maken het af. Ook Mr. Probz zingt nog een paar regels mee. Prachtnummer.

Empire Of The Sun – Concert Pitch

Sinds het Australische duo Empire Of The Sun in 2009 met hun debuutalbum kwamen, ben ik om. Ik heb zelfs de CD gekocht. Gewoon, echt met het schijfje en het hoesje en alles.
Nog steeds draai ik dit album maar al te graag. Geweldig. Toch vroeg ik me telkens opnieuw af of en vooral wanneer er een opvolger zou verschijnen.
En ja hoor, in 2013 was het dan eindelijk zover. Met “Ice On The Dune” kwamen ze terug! En het was weer net zo fijn als in 2009. Hoewel ik eerst even moest wennen, bleek het weer dezelfde over the top, glitterige kitsch te zijn als eerder. En man, wat hou ik ervan!
Dit nummer was wat mij betreft één van de hoogtepunten.

White Lies – Big TV

“To Lose My Life”, het debuutalbum van deze Britse vrienden, behoort tot één van mijn favoriete albums allertijden. Top 5 zelfs. Als je hem niet kent, ga hem dan alsnog luisteren, want zulke platen zijn zeldzaam.
Ik was daarom ook lichtelijk teleurgesteld toen de opvolger een redelijke draak bleek te zijn. Des te vrolijker werd ik dus van een nieuw album dag dit jaar uitkwam. En thank god, het was stukken beter dan de voorganger. Toch kreeg deze plaat ook wat negatieve reacties. Het was te 80’s. Dus? Dat vind ik alles behalve een slecht iets! Het hoeft toch niet altijd alleen maar vernieuwend te zijn?

Big TV was het hoogtepunt en sleurt je zo aan je geföhnde haar en schoudervullingen de jaren 80 in. Welkom!

The Boxer Rebellion – Diamonds

Deze band is wat mij betreft één van de fijnste dingen die we muzikaal gezien aan 2013 over hebben gehouden. Uit het niets was daar ineens het bovenstaande nummer. Bam.
De band blijkt al ruim 10 jaar te bestaan, maar ik had nog nooit van ze gehoord. Dat is nu gelukkig veranderd. Wat een fijne band! En Brits ook nog, wat altijd pluspunten zijn.

Ik heb ontzettend lang getwijfeld welk nummer ik in deze lijst ging zetten. Werd het “Diamonds” of toch “Keep Moving”? Ik wist het echt niet, want beiden zijn weergaloos. Toch heb ik voor “Diamonds” gekozen. Simpelweg omdat dit nummer het eerste was wat ik hoorde en zodoende een iets grotere impact had. Wat een plaat!

Laten we hopen nog veel van deze heren te horen!

The Bloody Beetroots – Out Of Sight

Als dit een lijst was geweest van meest originele bandnamen van 2013, dan had deze bovenaan gestaan. The Bloody Beetroots. Wat een heerlijke naam!
Er is verder weinig bekend over dit nummer. Het schijnt om een Italiaans duo te gaan die vanuit de VS opereren. Maar niemand weet hoe ze eruit zien, want ze dragen zwarte Venom (uit Spider-Man) maskers. Met ledjes zelfs.
Toch weerhield het de grote Paul McCartney er niet van om de samenwerking dit jaar aan te gaan. Het resulteerde in dit geweldige, lekker viezig, schurende nummer. Draai hem lekker hard. Dan is hij het ranzigst. Heerlijk!

Arcade Fire – Reflektor

Arcade Fire is de Rivella van de muziekwereld. Een beetje vreemd, maar wel lekker.
Hun vorige album was al erg prettig, en hun laatste tikt de voorzet die toen gegeven is met gemak in. “Reflektor” is een prachtalbum.
De gelijknamige single zorgde voor een hoop opwinding onder de muzikale fans (including moi). Er gingen wilde geruchten over de lengte van het nummer, de clip (geregisseerd door Neerlands trots Anton Corbijn) en ook over de aanwezigheid van een gastartiest…
Dat laatste bleek te kloppen. Niemand minder dan zelfverklaard Arcade Fire groupie van het eerste uur David Bowie zingt gezellig een moppie mee. No sweat.

Het nummer duurt net geen 8 minuten, maar daar merk je helemaal niks van. Het luistert heerlijk weg. Inclusief het gastoptreden van de grote Bowie. Top.

Miley Cyrus – Wrecking Ball

Over niemand is op muzikaal gebied meer te doen geweest het afgelopen jaar dan over Miley Cyrus. Tenminste, dan reken ik die zingende neusfluit Justin Bieber niet mee. Daar komt zo’n golf maagzuur van omhoog waar zelfs een capsule Omeprazol niet tegenop gewassen is.
Die arme meid. Het voormalig Disney kindsterretje probeerde zich met grof, maar vooral naakt geweld los te weken van haar brave imago. Met succes. Tijdens de MTV Awards twerkte ze gehuld in een vleeskleurige latex bikini met haar tong tot op haar navel Robin Thicke de vouwen uit zijn boxershort. En voilà; wereldwijde ophef was een feit.
Kort daarna volgde dit nummer. Het is een tragisch liefdesliedje over het door een sloopkogel vermorzelde hart van Miley. Een sloopkogel waarop ze in de videoclip, slechts gehuld in een paar bergschoenen, vrolijk zingend heen en weer slingert.

Gelukkig kijk ik door alle heisa heen en hoor ik dat het gewoon een geweldig nummer is. There. I said it.

Birdy – No Angel

Ik heb altijd van Birdy gehouden. Het Britse zangvogeltje dat met een beetje fantasie bijna mijn dochter had kunnen zijn, zong op haar 14e al alsof ze er al een compleet leven op had zitten. Haar eerste album, met covers, vond ik waanzinnig. Bizar hoe goed ze is.

Nu, een paar jaar en wat wijze lessen verder (ze is immers al 17), is daar haar tweede album. Met zowaar zelfgeschreven nummers. Nog steeds is ze geweldig in wat ze doet. Soms doet ze me vocaal zelfs denken aan een jonge Joni Mitchell. En dat is toch wel een compliment dacht ik zo.
Birdy, een piano en mooie liedjes. Meer is er eigenlijk niet voor nodig. Weergaloos wederom.

Tired Pony – All Things All At Once

Het eerste dat ik dacht toen ik dit nummer hoorde was “Goh, wat lijkt de zanger qua stem veel op die van Snow Patrol zeg!”. Achteraf wellicht een ietwat blonde opmerking, gezien het feit dat het daadwerkelijk Snow Patrol zanger Gary Lightbody was die zong.
Zijn muzikale groep “Tired Pony” bestaat een stel muzikale genieën waar je u tegen zegt.
Dit nummer blijft zo lekker hangen. Heerlijk. De altijd treurige stem van Lightbody gecombineerd met een schitterende, simpele melodie is een match made in heaven. Gooi daarbij de zwart-witte “ouwe jongens krentenbrood” videoclip bij, en zie daar; één van de fijnste nummers van 2013.

Benjamin Clementine – Cornerstone

Zonder twijfel de grootste muzikale verassing van het afgelopen jaar. Deze van oorsprong Ghanese zanger die via Londen in Parijs terecht kwam waar hij in de Metro ontdekt werd, benam mij de adem. Ik zag hem tussen wereldsterren als The Artic Monkeys en Sir Paul McCartney bij de epische Jools Holland op de BBC dit nummer doen. Hij blies die avond alles en iedereen weg. Zittend achter niets meer dan een vleugel, op blote voeten, ramde hij met zijn lage stem dit nummer vol naar binnen.

Wat een puur, eerlijk, schrijnend en mooi optreden was dit zeg. Hij eindigt zelfs met tranen in zijn ogen. Gruwelijk goed. Zeldzaam goed.

Ik hoop nog veel meer van deze schitterende zanger te horen. En snel ook.

Drake – Hold On, We’re Going Home

Ok, ok. Het is misschien allemaal net iets té clean en net iets té gladjes geproduceerd, maar hij is zo lekker! He kabbelt allemaal zo relaxt en fijn door. En daarom staat hij ook in deze lijst. Heerlijk nummer. Zo simpel kan het zijn.

London Grammar – Wasting My Young Years

Als je lichtelijk depressief aangelegd bent, of je momenteel niet heel erg prettig voelt, zou ik dit nummer even overslaan. Het is namelijk niet bepaald een upper.
Wel erg mooi. Ik heb hetzelfde met The National. Persoonlijk vind ik ze geweldig, maar ik ken hele groepen mensen die zichzelf massaal van kant willen maken bij het horen van een willekeurig nummer.

Dit is gewoon een fijn bombastisch pareltje zoals ze maar zelden verschijnen. Gewoon lekker van genieten. En daarna weer wat vrolijkers.

Ásgeir – Higher

Deze IJslandse meneer met de moeilijke naam (ik bespaar je zijn achternaam) heb ik op geen van de beelden of foto’s die ik zag zien lachen. Ik vraag mij dus serieus of hij het wel kan.
Nu begrijp ik heus wel dat het IJslandse schitterend is, maar het is nou niet bepaald een lekkere opbeurende omgeving. Dat je daardoor misschien iets minder lacht, ok, het is hem vergeven.

Dit nummer bracht hij dit jaar uit en is gewoon erg mooi. Heel melodisch en klein. Ook dat is wel eens fijn. Zijn hoge stem begeleid door simpele muziek die haast iets zweverigs heeft. Op een goede manier. Dat wel.

Als u van plan bent het hele album te gaan luisteren, ik raad het u af. Luister gewoon af en toe een nummertje. Het is namelijk nogal “van hetzelfde”. En zoveel gezweef is gewoon iets teveel van het goede.

Adel Tawil – Lieder

Zoals bekend is ondergetekende een groot liefhebber van muziek uit het midden van Europa, te weten Duitsland. De klank van de Duitse taal, de kracht die het in zich meedraagt en de hardheid lenen zich uitstekend voor muziek.
Grootste Duitstalige verassing was voor mij Adel Tawil. U hoort het, deze op en top Duitser, die kan er vast en zeker wat van. Nou, dat kan hij zeker.
Na in wat bands gezeten te hebben, kwam hij dit jaar met zijn eerste soloalbum. De eerste single van het album heet “Lieder”. Dat betekent “Liedjes”, voor de niet zo enthousiaste Duitsland mensen onder u.

Het nummer is ook niet meer dan dat. Heel herkenbaar zingt Adel over de muziek uit zijn jeugd. Prince, The Bangels, Bowie, The Prodigy, Ultravox, Michael Jackson, Whitney Houston, Nirvana en nog vele anderen passeren de revue.

Ik ben fan van Adel Tawil. Nu de rest van Nederland nog overtuigen.

Kraantje Pappie – Met Z’n Tweeën

Kraantje Pappie. Het is echt zo’n naam waarvan ik gelijk al denk “laat maar”. Wat een afzichtelijke naam zeg. Het klinkt ook zo viezig. Ik was er gelijk klaar mee.
Vrolijk rappend ging het met “Waar is Kraan?” heel Nederland door, maar het interesseerde mij gewoon acht keer niks waar heel die Kraan was. Wat mij betreft zonk men hem af in het IJsselmeer. Ik zat er niet mee.
Tot kortgeleden. Toen kwam Kraantje (ik krijg het haast m’n strot niet uit) met dit pareltje. Man, wat kwam deze binnen zeg! Alleen die beat al. Prachtig.

Opeens vond ik het best belangrijk te weten waar Kraan was. Alhoewel het nog steeds niet te dichtbij hoeft te zijn hoor. Dit nummer is voor mij nu even genoeg. Dank je wel, Kraantje…

Rebecca Ferguson – I Hope

Wat een stem, wat een stem. Ja, dit is fijn hoor. En dan heb ik het nog niet eens over het al even indrukwekkende nummer. Wow.

Deze Britse dame werd in 2010 tweede bij X-Factor. Geen idee wat ze verder allemaal heeft gedaan, maar dit jaar kwam ze met een nieuw album en met dit schitterende nummer. Dat vind ik voldoende.

Ook leuk dat er in dit nummer weer eens gewoon fijn achtergrondkoortjes zitten. Vind ik altijd zo gezellig. Dijk van een plaat gezongen door een dijk van een stem. Rebecca Ferguson. Onthou die naam.

Stromae – Papaoutai

Eén en al vrolijkheid, deze gekke, gekke Belgische meneer met die schitterende ogen die danst alsof hij zojuist een handvol levende schorpioenen heeft doorgeslikt. Maar dan als robot. Of zoiets.

Nu heb ik een aardige talenknobbel op dat enorme hoofd van me zitten, maar daarnaast ook een antenne die alles wat ook maar enigszins Frans klinkt eruit filtert. Er versta dus amper iets van wat deze meneer zingt.

Het maakt allemaal niks uit. Het klinkt gewoon geweldig. En dat verstaat iedereen.

Douwe Bob – Stone Into The River

Douwe Bob, beste singer-songwriter en allround gitaarheld, kwam eindelijk met zijn debuutalbum. Het klonk alleraardigst allemaal, maar na een tijdje was ik het eerlijk gezegd alweer grotendeels vergeten. Wel was het bovenstaande nummer het mooiste nummer van de plaat. Heerlijk rustig en met een mooie tekst. Laat dat maar aan Douwe Bob over.

Het kwam allemaal weer vrij onverwachts terug toen hij het nummer op Radio 4, notabene op Sinterklaasavond, live in de studio speelde, maar dit keer ondersteund door een heus strijkorkest.

Man, wat was dit mooi zeg. De rust werd nog meer versterkt door de strijkers en het nummer was gewoon helemaal af. Zo mooi.

Iggy Azalea – Work

Ik kan niet verklaren waarom ik dit zo aanstekelijk vind. Maar dat is het wel.

Een wat viezige dame in een viezige videoclip zingt een geweldig nummer. Meer kan ik er niet van maken.

Tom Odell – I Know

Ik heb lang getwijfeld wat ik zou doen. Het liefst zou ik namelijk “Another Love” opnieuw in deze lijst zetten. Maar ja, deze stond vorig jaar al in de lijst omdat hij nét in december nog uitkwam als single. Wat mij lichtelijke deed twijfelen, was het feit dat zijn debuutalbum dit jaar uit is gekomen. Met daarop “Another Love”. Nu had ik heel lullig kunnen zeggen dat het album wel dit jaar uitkwam en dat ik daarom opnieuw dit nummer op de lijst had kunnen zetten. Maar zo ben ik niet, want eerlijk is eerlijk, de single komt uit 2012. Het blijft natuurlijk een weergaloos nummer. Dat is een feit.

Van het album, dat trouwens erg goed is, kwam ook dit mooie nummer. Tom Odell, de jongen die zingend telkens klinkt alsof hij bijna gaat huilen. Breng ons meer van dit soort leuke muziek alsjeblieft. Bedankt alvast.

Do I Wanna Know? – Artic Monkeys

Dit nummer van deze steeds beter wordende Britse band is net als Red Bull. Het geeft totaal geen fysieke energie, maar het voelt wel een beetje zo.

Ouderwetse gitaren, goeie drums en een Brits accent. Who needs more?

Hozier – Take Me To Church

Het is dat ik jaren geleden besloten heb, mede omdat het geen doen is anders, om deze lijst niet op volgorde van goed naar slecht te zetten. Het is immers een lijst met alleen maar goede nummers.

Maar stel dat het nou wel het geval was geweest, dan was de kans heel erg groot geweest dat dit nummer op plek 1 kwam. Zo goed is het.

Voor mij kan muziek niet heel veel beter worden dan dit. Er zijn dagen bij geweest dat ik dit nummer met gemak 10 keer achter elkaar luisterde. Alles aan het nummer klopt gewoon. De zang, de tekst, de opbouw, de muziek en zeker ook de clip.

De clip is een directe aanval tegen het wereldwijd toenemende geweld tegen homosexuelen, met name in Rusland.

“The video references the recent increase of organised attacked and torturing of homosexuals in Russia, which is subsequent to a long, hateful and oppressive political campaign against the LGBT Community”

Een duidelijk en pijnlijk geheel dat duidelijk word in de clip. Kippenvel.

Buiten dat is het nummer gewoon extreem goed. Wat een topplaat dit. Ik kan er niet eens de juiste woorden voor vinden. Gewoon luisteren. En genieten.

Billy Joe + Norah – Long Time Gone

De award voor vreemdste samenwerking van 2013 gaat naar dit duo.
U had wellicht al een vermoeden, maar het gaat inderdaad om Greenday zanger Billy Joe Armstrong en zweefmeisje-met-de-gouden-stem Norah Jones. Om het allemaal nog wat vreemder te maken, zingen ze een heel album vol met 50’s muziek van de Everly Brothers. Juist, laat dat maar even bezinken.

Ik weet niet wie met dit idee kwam, en wat hij/zij op dat moment snoof of rookte, maar het verdient een prijs. De samenwerking blijkt namelijk zeer aanstekelijk te werken. Het hele album “Foreverly” is een heerlijke plaat geworden, ideaal als ontspannend muziekje op de achtergrond.

Nu is het bij sommige van jullie misschien al wel bekend, maar ik heb een lichtelijke hekel aan Greenday. Greenday is voor mij een beetje het Nirvana dat nog wél bestaat. Lekkere chagrijnige kijk-ons-eens-boos-op-de-hele-wereld-zijn-met-onze-boze-eyelinerstreepjes muziek waar ik enorm de jeuk van krijg. Het leukste aan Greenday vond ik het filmpje van de doorgedraaide Billy Joe die tijdens een optreden alles en iedereen verrot scheld omdat hij nog maar 1 minuut mag zingen. Epic.

Toch moet ik heel eerlijk zeggen dat deze Billy Joe op deze plaat erg prettig klinkt. Dus Billy boy, laat die gekke Greenday voor wat het is, we worden allemaal ouder, en ga lekker solo verder. Met Norah desnoods. Want het matcht zo lekker.

Ik hou hier zo van!

Paul McCartney – Queenie Eye

Paul McCartney, een catchy nummer, Abbey Road Studio en een vrachtwagenlading bekende mensen. Need I say more? Topnummer!

Sido – Einer Dieser Steine

Voor degene die een beetje thuis zijn in de Duitse muziekscene, is de naam Sido natuurlijk een bekende. Deze Duitse rapper heeft aardig naam gemaakt en is wereldberoemd in eigen land. Volkomen terecht overigens.

Duitse rap. Het klinkt misschien als iets dat niet lekker samengaat. Zoals een tosti van Fries Suikerbrood met oude kaas. Tot je het probeert. De combinatie is magisch.
Ik durf zelfs te zeggen dat Duits de mooiste taal is om in te rappen. Nog veel mooier dan Engels. Alles komt zo mooi aan in deze schitterende taal. Ik kan er intens van genieten. Heerlijk.

Afgelopen jaar kwam deze single uit, en wederom was het er één van ongekende schoonheid. Ook zingt er nog ene Mark Foster op mee. Geen idee wie het is.

Duitse Rap. Geef het gewoon eens een kans.

Michael Bublé – It’s A Beautiful Day

Ik ga hier toch bakken commentaar op krijgen, dus ik ga er niet veel woorden aan vuil maken.

Dit nummer is zoveel instant vrolijkheid, dat ik elke keer stuiterend en uberhappy bang ben voor een overdosis. Maar dat maakt me helemaal niet uit.

I fucking LOVE it. En nu u weer.

Macklemore & Ryan Lewis – Can’t Hold Us

Zo, dat was me het jaartje wel he, voor Macklemore?
Met de nodige hits en de controverse rondom zijn nummer “Same Love”, kun je wel zeggen dat zijn naam gevestigd is inmiddels.

Ook hier heb ik weer lang zitten twijfelen wat ik zou doen. Het nummer “Same Love” is zo magistraal, en zo vernieuwend, dat het eigenlijk in elke lijst thuishoort. Maar ik kies van elke artiest maar één nummer. En dat werd dus deze.

Waarom? Eigenlijk vrij simpel. Dit nummer heeft zo’n enorme power, gelijk vanaf de eerste seconde, dat het je in een paar minuten volledig oppompt en weer wegblaast. Alsof je op een racepaard zit en in volle vaart over een strand knalt. Damn.

Wat. Een. Nummer.

20130906-183428.jpg

Maurício Gugelmin. Het klinkt een beetje als een dure, glimmende espressomachine. “Nee, dit apparaat meneer, dit is dé Gugelmin, van Maurício. Kijk, hij heeft zelfs een stoompijpje voor de perfecte cappuccino!”
Het klinkt ook wel als de naam van een meedogenloze Dictator van één of andere bananenrepubliek. Il Generalisimo.
Misschien was het wel de schurk uit een Bondfilm. De hele Britse inlichtingendienst achter Gugelmin aan. Lachen.

Nee. Niemand weet eigenlijk wie Maurício Gugelmin nou ook alweer écht was. Of is, want hij leeft nog, laat ik dat alvast verklappen.

Ok, de titel was wellicht al een weggever, maar Maurício Gugelmin was van 1988 tot en met 1992 coureur in de Formule 1 voor twee teams (officieel drie maar dat leg ik nog uit).

De van oorsprong Braziliaanse Gugelmin begon in 1971 met het racen in Go-karts. Met succes. Maar liefst negen keer op rij werd hij van 1971 tot en met 1979 lokaal kampioen. Via de sport ontstond er een vriendschap met nog een gedreven landgenoot. Een jonge jongen genaamd Ayrton Senna da Silva.
De grote stap volgde een jaar later toen hij meedeed aan het Braziliaanse kampioenschap en ook hier als kampioen over de streep kwam. Het smaakte echter naar nog meer en in de eveneens Braziliaanse Formule Fiat werd hij in 1981 Kampioen.

Maar net als voor zoveel jonge coureurs in die tijd, lonkte de UK. Het land van de “Open Wheel Races”. Kleine klassen die een goeie opstap konden bieden naar het hoogst haalbare; Formule 1.
Na zijn vertrek in 1982 naar de UK, trok hij bij vriend Ayrton in (de twee zouden een huis delen van 1982 tot en met 1987) en omdat die al een tijdje in de UK racete en het wereldje onderhand goed genoeg kende, kwam Gugelmin bij het Formula Ford team van Van Diemen terecht. Senna had zelf voor het team gereden in het voorgaande jaar, was er tweevoudig kampioen geworden, maar was van de 1600cc klasse nu naar de Formule Ford 2000cc klasse verhuisd. Voor Gugelmin was het een gedroomde kans. Hij werd dit jaar kampioen.

Terwijl Senna in 1983 hevige gevechten op de baan voerde met zijn grootste rivaal Martin Brundle reed Gugelmin dit seizoen wederom Formule Ford, maar net als Ayrton een jaar eerder, ditmaal in de 2000cc klasse. Hij werd er tweede.

In 1984 besloot hij het buiten de UK te proberen en nam deel aan het Europese Formula Ford kampioenschap. Hij werd kampioen, evenals in het volgende jaar in de Formule 3 voor het team van West Surrey Racing. Ook won hij de prestigieuze Macau Grand Prix.

De volgende twee jaar moesten een opstap worden naar de Formule 1. Vanaf 1985 bestond de Formule 2 niet meer, en was vervangen door de Formule 3000. In 1986 en 1987 reed Gugelmin in deze klasse rond. Het eerste jaar, nog steeds voor het team van West Surrey Racing, bracht hem weinig. In 1987 maakte hij de overstap naar Team Ralt. Met succes. Gugelmin won de seizoensopener op het Britse Silverstone en nog tweemaal stond hij dat jaar op Pole. Helaas zonder winst.

Al was hij in 1986 kort in de race geweest voor een stoeltje bij Team Lotus, dat waar hij jarenlang op had gewacht gebeurde dan eindelijk toch in 1988 want hij kreeg een aanbod om voor het team van March in de Formule 1 te komen rijden.
Als teamgenoot van Ivan Capelli mocht hij het voor het herrezen team met de nieuwe sponsoren van Leyton House proberen. Voor het eerst sinds 1982 verscheen March weer aan de start in een prachtig slanke auto ontworpen door Adrian Newey. (De auto, in de schitterende kleuren van sponsor Leyton House, is naar mijn idee nog steeds een van de mooiste Formule 1 wagens ooit.)

20130906-184831.jpg

Voor Gugelmin begon het seizoen slecht. In de eerste zes races moest hij er vijf opgeven vanwege een defect aan de wagen. Toch wist hij nog punten te scoren dit seizoen met een vierde plek tijdens de Britse GP en een vijfde plaats in Hongarije, mede door de vernieuwende aërodynamica van Newey. Het maakte hem de beste “rookie” van het jaar.

20130906-183329.jpg

Het optimisme van March in het voorgaande jaar verdween snel in 1989. Het team was een financiële ramp, waardoor er amper geld was om het team goed te runnen. De wagen dit seizoen, de CG891 was veel te onbetrouwbaar en het enige lichtpuntje was een derde plek tijdens de openingsrace in Brazilië. Al werd dit behaald in de 881, het model van het vorige seizoen.
Tijdens de Franse GP was Gugelmin betrokken bij een zware crash die een groot aantal auto’s uit de race knalde. Na de herstart, hij startte vanuit de Pits, zette hij tijdens de race de snelste raceronde neer. De enige uit zijn carrière.

March was niet meer in 1990. Met veel moeite was men 1989 doorgekomen en het team werd verkocht aan de hoofdsponsor, Leyton House.
Ook dit seizoen was eerder zwart dan wit, maar toch zorgde het team tijdens de GP van Frankrijk voor een kleine sensatie. Omdat men als enige team geen banden wisselde, lagen Gugelmin en zijn teamgenoot Capelli lange tijd op de eerste en tweede plaats tijdens de race. Iedereen hield zijn adem in. Zou het?
Nee. Gugelmin viel na 58 ronden uit omdat de onbetrouwbare Judd krachtbron het begaf. Capelli deed zijn best maar werd laat in de race nog gepasseerd door Prost in zijn Ferrari. Toch werd het team knap tweede, vóór de McLaren van Senna die derde werd.
De rest van het seizoen was voor Gugelmin meer van hetzelfde. Een zesde plaats in België was het hoogtepunt.

Ook in 1991 zat het niet mee. Veel cruciale leden van het team waren gaan lopen, en tijdens het seizoen werd teambaas Akira Akagi gearresteerd in verband met fraude. De geldkraan ging dicht en het team kroop in schaamte voort, wanhopig stuiptrekkend als een stervend dier. Er werd maar één treurig punt gescoord het hele seizoen.

20130906-183543.jpg

Gugelmin besloot aan het eind van het seizoen het zinkende Leyton House schip te verlaten en vond onderdak bij Jordan GP.
Ook dit was één groot fiasco. Ook bij Jordan waren er financiële problemen. Het pas tweede seizoen van het Jordan team bleek een stuk minder betrouwbaar dan het solide eerste seizoen. De Ford motoren waren vanwege de hoge kosten verruild voor exemplaren van Yamaha. Het zorgde voor veel te trage, onbetrouwbare auto’s. Van de zestien races moest Gugelmin er elf opgeven. Zijn beste klasering was een zevende plek in San Marino. Er werd door het team slechts één punt behaald in 1992.

20130906-183723.jpg

Het zou het laatste jaar blijken voor Maurício Gugelmin in de Formule 1.

Maar hij hield niet op met racen. Eind 1993 reed hij drie races in de Amerikaanse Champ Car’s. Van 1994 tot en met 2001 zou hij de serie trouw blijven.
Helaas wel, net als in de Formule 1, met weinig succes. In 1997 won hij zijn eerste en enige race in de Champ Car’s en eindigde nog tweemaal op het podium als tweede. Het werd zijn beste seizoen waarin hij als vierde in het klassement eindigde.

Na een buitengewoon ellendig jaar, besloot hij aan het eind van 2001 te stoppen met racen. Na een zéér zwaar ongeval op de Texas Motor Speedway, waarbij hij een impact overleefde van ruim 113G, en na het ongeval van medecoureur Alexander Zanardi die bij de crash beide benen verloor, besloot hij dat het mooi geweest was. De allergrootste klap die hem deed besluiten te stoppen kwam echter van heel dichtbij. Zijn zesjarige zoontje Guiliano overleed aan een slopende ziekte.
“I definitely want to spend more time with my family. After those two big accidents, and Alex’s deal in Germany, I said, ‘That’s it. Forget it”

Gugelmin zou nooit meer aan de start van een race verschijnen.

Tegenwoordig runt hij samen met zijn broer Alceu een familiebedrijf. Zijn twee nog levende zoons racen in Go-karts.
Wie weet, staat er dus ooit weer een Gugelmin aan de start van een Grand Prix. Laten we hopen dat ze dan wat meer geluk hebben dan hun vader.

Rindt

Geplaatst: 5 september 2013 in F1, Schrijfsels
Tags:, , , , , , , ,

20130905-180122.jpg

Jochen Rindt. 18 April 1942 – 5 September 1970.

Dit weekend staat de Italiaanse Grand Prix op het klassieke circuit van Monza weer op de kalender. Een prachtige race met veel historie op een sinds 1922 vrijwel onveranderd circuit. Ook in 1970 stond deze race dit weekend op de planning.
Vandaag exact 43 jaar geleden, op 5 september 1970 kwam er op het iconische circuit van Monza een tragisch einde aan het jonge leven van een zeer vakkundig coureur. Jochen Rindt.

Rindt was al op jonge leeftijd een zeer begaafd coureur die in alles wat hij te pakken kon krijgen racete. Hij was bloedsnel, had geweldige controle over alle machines en supersnelle reflexen. Toch had hij weinig geluk met het materiaal dat hem werd aangeboden. In 1964 won hij in de Formule 2 de prestigieuze London Trophy. Zijn gedroomde Formule 1 debuut maakte hij ook in 1964, tijdens de Oostenrijkse Grand Prix voor het team van Rob Walker in een privé Brabham-BRM. Het bleek een desillusie. Hij finishte niet en het zou zijn enige race van het seizoen zijn.

In 1965 keerde hij terug. Voor Ferrari won hij op Le Mans. In de Formule 1 werd fabrieksrijder bij het team van Cooper als teamgenoot van Bruce McLaren. Het werd een mager seizoen. Van de tien races moest hij er vier opgeven en hij kwalificeerde zich niet eens voor de glamour GP van het jaar in Monaco. Zijn beste resultaat was een erg knappe vierde plek tijdens de Duitse GP op de Nürburgring.

Ook in 1966 was hij fabrieksrijder voor Cooper. De grootste verandering was de nieuwe motor. De krachtbron van Climax waar het team al sinds 1957 gebruik van maakte, werd ingewisseld voor een twaalfcilinder van Maserati. De reden was de overname van het team door de Chipstead Motor Group, destijds leverancier van Maserati in de UK. Het bleek een redelijk goede zet. In de handen van Rindt was de wagen dit seizoen het meest succesvol. Hij stond twee keer op het podium. Derde tijdens de Duitse GP, en zelfs tweede in de USA.

Maar het mocht het volgende seizoen niet baten. Hoewel de eerste race van 1967 in Zuid-Afrika door Rindt z’n Mexicaanse teamgenoot Pedro Rodríguez werd gewonnen, bevond het team zich al een aantal jaren in een neerwaartse spiraal.
Voor Rindt was het een tenenkrommend slecht seizoen. Acht van de tien races waarin hij meedeed moest hij door technische mankementen opgeven. Een hel voor een coureur als Rindt.

Via zijn teambaas bij Cooper, Roy Salvadori, leerde hij een man kennen die van grote invloed werd in zijn carrière. Bernhard Ecclestone. Ecclestone volgde de openlijk gefrustreerde Rindt in 1967 van race naar race en tijdens één van de vele avonden voor aanvang van een race, voorzien van een spel Backgammon en een fles goede Gin, besloten beide heren over te gaan tot samenwerking. Bernie, zoals Rindt hem altijd noemde, werd de manager van Rindt. Zijn eerste advies was om een overstap te maken naar het tot dan toe succesvolle Brabham.

Het seizoen van 1968 bij het team van Brabham bleek echter een enorme tegenvaller. Rindt finishte maar twee van de twaalf races. Beide op de derde plek, dat wel, maar alles behalve bevredigend voor zowel Rindt als Ecclestone.

20130905-180406.jpg

Via een omweg kwam in 1969 dé kans waar Rindt op wachtte. Hij kon een stoeltje krijgen bij het team van visionair Colin Chapman; Lotus. Een kans die hij met beide handen aangreep. Na stevige onderhandelingen van Bernie werd hij er in 1969 teamgenoot van regerend (voor de tweede keer) wereldkampioen Graham “Mister Monaco” Hill. Maar Chapman zijn knappe kunnen had een schaduwzijde. Hij ging tot het randje qua ontwerp en veiligheid, alles om zijn auto’s sneller en beter te maken. De waarschuwing van Ecclestone aan Rindt was dan ook duidelijk. “Chapman’s cars are not as safe as Jack’s but you’ll get a better chance to win the championship”. Rindt nam het risico maar al te graag. Eindelijk kon hij laten zien wat hij waard was in een auto die aan zijn standaard voldeed. Hij ging wereldkampioen worden, daar was hij van overtuigd.

1969 was het jaar van de vleugels. De Lotus 49 van Chapman was de eerste die experimenteerde met vleugels. Het resultaat was een enorme achtervleugel die hoog boven het chassis uitstak. Het gouden ei bleek het echter niet. Al tijdens de tweede race op het Spaanse Montjuïc ging het mis.
Het begon veelbelovend. Na een snelle kwalificatie en een pole position voor Rindt ging het in de race volledig mis. In de achtste ronde vloog Hill hard de barriers in omdat de vleugel bezweek. Terwijl men nog bezig was met het opruimen van de brokstukken, begaf ook de achtervleugel van Rindt het, op exact dezelfde locatie, elf ronden later. De Lotus werd hard tussen de beide barriers heen en weer gesmeten, en het staal verwrong zich na elke klap. Stil bleef het verwrongen wrak uiteindelijk na een paar dramtische seconden rokend op zijn kop liggen. De paniek was onheilspellend groot. Hill, die nog aan de kant stond na zijn eigen crash, was als één van de eerste ter plekke. De auto werd door toegesnelde marshalls op zijn wielen gegooid. En daar zat Rindt. Verdwaasd keek hij voor zich uit, zijn hoofd vol bloed, het witte overall langzaam rood kleurend. Maar hij leefde nog.

20130905-180026.jpg

Na afloop waren Hill en Rindt (hij lag in een Spaans ziekenhuis met een schedelbasisfractuur) furieus. Het was de schuld van Chapman. De vleugels waren een experiment waar hij het leven van zijn coureurs voor te grabbel had gegooid. Met name Rindt was kwaad. Om de boel enigszins tot bedaren te brengen, trad Ecclestone op als mediator tussen Chapman en Rindt. En met succes. De rest van het seizoen nam hij plaats in de Lotus. Met uitzondering van de Monaco GP. Deze race, kort na zijn ongeval in Spanje, was hij nog niet in staat om te racen. Hij werd vervangen door Richard Attwood.

De rest van het seizoen verliep moeizaam, tot de laatste paar races. Rindt eindigde driemaal op het podium, en behaalde op Watkins Glen tijdens de USA GP, zijn allereerste overwinning in de Formule 1. De keerzijde was de zware crash van teamgenoot Hill, die bewusteloos en met twee gebroken benen werd afgevoerd.

Met Hill voor lange tijd uit beeld, lag de weg voor het kampioenschap in 1970 voor Jochen Rindt open. De strijd om de wereldtitel werd geholpen door de komst van de epische Lotus 72. De eerste paar races reed Rindt in de oude 49. Wat hem in Monaco tot de winst leidde. Maar tijdens de GP van Nederland was hij dan eindelijk daar. De 72. Het ontwerp was vernieuwend. De vorm, de techniek, alles was nieuw. En het werkte. Na winst in Nederland, was ook de winst in de daarop volgende drie races voor Rindt. Tijdens zijn thuisrace begaf de Lotus het jammer genoeg.

Vol goede moed vertrok men richting Italië. De Oostenrijker had in dit jaar tot dusver reeds vijf van de dertien races die het seizoen telde gewonnen. Het zicht op de wereldtitel was nog nooit zo helder geweest.

De layout van het circuit was in 1970 niet heel veel anders dan het circuit waar ook aankomend weekend het Formule 1 circus weer zal neerstrijken. Het grootste verschil was het ontbreken van chicanes. Hierdoor zaten er slechts een vijftal noemenswaardige bochten in het circuit.

In 1970 waren de regels voor het gebruikt van vleugels, downforce, wagenhoogte, etc nog steeds niet van toepassing. Er waren amper regels. Het team besloot, in samenspraak met Rindt die het allemaal wel aandurfde, alle vleugels van de splinternieuwe Lotus 72 af te schroeven. Dit in navolging van Tyrrell en McLaren. Na een aantal ronden tijdens de vrijdagtraining gaf Rindt z’n teamgenoot John Miles aan het verschrikkelijk te vinden zonder de vleugels. “The car wouldn’t turn straight” was zijn commentaar. Rindt had zelf geen problemen en vertelde dat de auto ruim 800 toeren p/m sneller ging op de rechte stukken, zonder de vleugels.

De volgende dag werd de versnellingsbak van Rindt aangepast om het maximale uit de winst zonder de vleugels te halen, en startte hij zijn oefenrondes. De topsnelheid die hij op deze manier haald is een waanzinnige 330 km/u. Na vier ronden op volle snelheid duikt Rindt de vijfde ronde in.

20130905-180138.jpg

Na een goeie minuut word het stil. Auto’s komen terug de pits in en er ontstaat rumoer. “Rindt is eraf gegaan” zingt het rond in de pits.

Inderdaad. Jochen Rindt is op het snelste punt van de baan, vlak voor de laatste bocht de Parabolica, de baan afgeschoten. De ravage is enorm.
Jackie Stewart is als één van de eerste vanuit de pits aanwezig. Tot zijn grote schrik ziet hij een bloedende, levenloze Rindt op een brancard achterop een Volkswagen liggen. Nog voordat hij iets kan doen, wordt hij afgevoerd. De Italianen weten dat de race, een dag later, zal worden afgeblazen zodra er een dode valt op het circuit. Rindt moet zo snel mogelijk weg. Een race die afgeblazen word ten overstaan van duizenden tiffosi? Dat is het laatste dat de organisatie wil…

De chaos blijft onveranderd. Denny Hulme, die op het moment van het ongeval achter Rindt rijdt, verklaard dat hij bij het remmen de Lotus onrustig ziet slingeren voordat hij vrijwel haaks links de barriers inslaat. (Later zal blijken dat een ontwerpfout de remmen veel te zwak maakte waardoor deze het aan één kant begaf en de auto onbestuurbaar maakte)

Door een noodlottige samenloop van omstandigheden komt Rindt tijdens deze impact om het leven. De slechte bevestiging van de barrier en de spitse vorm van de Lotus, zorgen ervoor dat hij onder de geleiderail door schiet en tegen een staander klapt, precies ter hoogte van de voorwielen. De auto wordt hierdoor uit elkaar gerukt en begint te spinnen. In de naastgelegen grindbak komt hij tot stilstand. Rindt zit nog in de wagen, maar ligt bijna plat in het wrak. Door zijn angst om tijdens een brand niet uit de auto te komen, maakt hij nooit de volledige gordel vast. Het deel in zijn kruis liet hij open.
Tijdens de crash is hij door het ontbreken van dit deel van de gordel naar beneden gedrukt en door een ander deel is zijn keel doorgesneden. Aan één voet ontbreekt zijn schoen. Er is bloed overal. Een slagader in zijn hals is geraakt. Er is geen redden meer aan.

Rindt word nog naar een ziekenhuis gebracht maar is eigenlijk al kansloos. De ambulance verdwaald onderweg en de rit duurt, mede door het ontbreken van een helikopter op het circuit, veel te lang. Rindt is dood bij aankomst.

In de paniek na het ongeval, slaat Ecclestone zich door de politiebarrière. Hij moet naar de plek van het ongeval toe. Lamgeslagen loopt hij wat rond. Aan de zijkant van de baan ziet hij de witte helm van Rindt liggen. In trance pakt hij hem op en loopt terug richting de pits.

20130905-180256.jpg

Daar zitten Colin Chapman en Nina Rindt in shock te wachten. Nina, getroost door Jackie Stewart, kan niets uitbrengen. Samen met een al even aangeslagen Ecclestone vertrekt ze richting het ziekenhuis. Ondertussen vlucht Chapman het circuit af en het land uit om een eventuele arrestatie te voorkomen.

De volgende dag gaat de GP na een minuut stilte gewoon van start. Zonder het team van Lotus. Clay Regazzoni wint de race voor Ferrari. De Italianen zijn blij. De Formule 1 huilt.

Met nog drie races te gaan, blijkt de voorsprong die Rindt heeft ten opzichte van de rest, te groot. Jacky Ickx komt nog dichtbij, maar haalt het niet. Met 45 punten, slechts 5 meer dan Ickx, wordt Jochen Rindt wereldkampioen. Postuum.

Zelden was ik zo lost for words als bij dit nummer.

Luister gewoon. Wat prachtig.

Föhn uw haar op, hijs uzelf in uw legging of visnetpanty en relax (Frankie says). Het is tijd voor de Power Ballad.

Ik wil namelijk graag even een lans breken voor deze totaal ondergesneeuwde en vrijwel uitgestorven muziekvorm. En dat is zo zonde. Want waarom horen we vrijwel geen nieuwe meer? En waarom blijven de absolute classics zo enorm sterk en nog altijd veel gedraaid?

Het is een prachtig iets. NIETS zingt zo lekker mee als een dergelijk nummer. De Power Ballad voelt ook altijd zo vertrouwd. Luister een Power Ballad en onmiddelijk schieten de visioenen van (veel) geföhnd haar, schoudervullingen, de Rubix Cube, MTV, zweterig borsthaar en luipaard-leggings te binnen.

De gouden periode van de Power Ballad was natuurlijk de 80’s. Maar kort daar rond omheen, eind jaren 70 en begin jaren 90, zaten er ook zeker enkele pareltjes bij.

Maar tegenwoordig? De Power Ballad is zo goed als dood. En dat vind ik iets onbegrijpelijks. Want zeg nou zelf, als je de onderstaande selectie bekijkt; heel veel beter wordt het toch niet?

Daarom wil ik bij deze beginnen met een nieuwe traditie waarvan ik hoop dat hij blijft hangen. Elke Woensdag, van elke week, jaar in jaar uit, is vanaf vandaag “Power Ballad Wednesday”. Deel het! Luister het! Geniet! Maar doe er iets mee.

Ik dank u hartelijk

Elke keer als ik het album “The Next Day” beluister (en dat is vaak, geloof me) is het eigenlijk nog steeds te bizar om te bevatten.
Opeens was daar Bowie in Januari met een nieuwe single. Bam. Uit het niets. Ultieme vreugde was het gevolg. Daarna volgde er in Maart zelfs een compleet nieuw album. En wat voor één. Wow.

Een dergelijke comeback maken is altijd lastig, en eigenlijk best gevaarlijk. Het kan immers alleen maar verkeerd uitpakken, die kans is het grootst.

Gelukkig niet voor Bowie. Het is een waanzinnig goede comeback. Het album is geweldig, de nummers klinken als vanouds en gaan vaak terug naar zijn muzikale roots. Winning dus.

De vierde single is inmiddels uit, en daar hoort natuurlijk een videoclip bij!

Valentine’s day heet het nummer. Door mij al met groot genoegen kapotgedraaid, maar hij is gewoon niet kapot te krijgen. Wat een plaat!

DSOTD; Cindy+Me

Geplaatst: 2 juli 2013 in DanSoundtrackOTDay, Muziek
Tags:, , , , ,

Soms komen er onverwacht van die muziekjes voorbij die, niet geheel onprettig, blijven hangen. Ik heb er weer een. Ongemerkt neurie ik dit aanstekelijke melodietje al een dag of twee mee.

Want wat een fijn plaatje! De band heet Caged Animals en het nummer “Cindy+Me”. Geniet ervan en neurie net als ik de rest van de week mee. Gezellig.

Herta

Geplaatst: 30 juni 2013 in Blog, Eten, Schrijfsels
Tags:, , , , ,

20130630-014008.jpg

Zoals u ongetwijfeld al na honderden verhalen van mij zult weten, ben ik gek op triviale data en leuke kalendergerelateerde weetjes. Ik hou er gewoon van, dat stukje historisch besef.
Nou ik heb nieuws voor u; vandaag is het weer zo’n dag. Vandaag, 30 juni 2013, is het namelijk de 100e geboortedag van niemand minder dan Herta Heuwer!

Herta is naar mijn idee één van de belangrijkste vrouwen van de afgelopen 100 jaar geweest. Deze olijke Duitse dame is namelijk verantwoordelijk voor het uitvinden van misschien wel mijn favoriete etenswaar aller tijden; de Currywurst.

Good old Herta vond het kleine met saus overgoten Duitse wonder uit in 1949. Tenminste, ze is officieel de uitvinder. Later claimde onder andere iemand uit Hamburg al in 1947 eens een currywurst gegeten te hebben, maar dat is allemaal achteraf natuurlijk. We gaan er gewoon vanuit dat Herta het eerste was.

Maar waarom ben ik zo lyrisch over een Duitse worst in rode saus? Ik kan daar voor de verandering eens kort op antwoorden. Het is eenvoudig geluk. In zijn puurste en simpelste vorm. Want er is bijna niets in de hele wereld waarvoor men mij ‘s nachts wakker kan maken (spreekwoordelijk, ik sta niet voor mezelf in als je het doet), maar voor de currywurst maak ik graag een uitzondering. Het is geweldig.

20130630-014030.jpg

Ik kom regelmatig in Duitsland. Ik hou van Duitsland. Zielsveel. Maar een bezoek is eigenlijk niet compleet zonder een authentieke currywurst. Mit pommes. Und mayo.
Het moment dat ik het kartonnen bakje met de worst en de friet in m’n handen krijg en hem langzaam m’n vingers voel verwarmen, bloeit er puur geluk in mij op. Heel even ben ik alleen met mijn currywurst en is mijn hoofd leeg. Dan geniet ik, elke keer weer als ik met het kleine houten vorkje weer een stukje worst uit de rode saus vis en triomfantelijk naar mijn mond beweeg. Onbetaalbaar.

(Op de onderstaande foto ziet u ondergetekende op zo’n moment.)

Laten we daarom vandaag allemaal heel eventjes stilstaan bij de 100e verjaardag van Herta Heuwer, en haar bedanken voor het uitvinden van één van de mooiste dingen ooit. Currywurst. Dank u.

20130630-014644.jpg